Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13273

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
23 mei 2026
Zaaknummer
C/09/699905 / FA RK 26-1683
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 Paspoortwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor vakantie en reisdocument minderjarige kinderen

De rechtbank Den Haag behandelde op 22 april 2026 een verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen voor het reizen met haar minderjarige kinderen naar het buitenland en voor het aanvragen van een reisdocument voor een van de kinderen. De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit over de kinderen, die hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben.

De vader heeft vlak voor de zitting toestemmingsformulieren en een scan van zijn paspoort ingediend, waaruit zijn intentie blijkt toestemming te geven. De rechtbank kon echter niet vaststellen of deze formulieren voldoende zijn voor de reis en de paspoortaanvraag, en verleent daarom uit voorzorg de vervangende toestemming aan de moeder.

De rechtbank bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De vader heeft geen verweer gevoerd tijdens de procedure.

Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de moeder voor vakantie en het verkrijgen van een reisdocument voor de minderjarige kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-1683
Zaaknummer: C/09/699905
Datum beschikking: 22 april 2026

Vervangende toestemming vakantie en Paspoortwet

Beschikking op het op 18 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. van Amsterdam te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.L. Weterings te Oegstgeest.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van de vader van 25 maart 2026, met bijlagen.
Op 25 maart 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en tolk: M. Saleh.
De vader heeft in het F9-formulier van 25 maart 2026 aangegeven dat hij en zijn advocaat niet op de zitting zouden verschijnen.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt de rechtbank:
  • vervangende toestemming te verlenen voor het reizen naar [plaats] , [land] in de periode van op of omstreeks 21 juli tot en met 30 augustus 2026 tezamen met de minderjarige kinderen van partijen;
  • vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een reisdocument zoals bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Paspoortwet ten behoeve van de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2008 tot [datum 2] 2022.
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] , [land] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 1] , [land] ;
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 2] .
- De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.

Beoordeling

Vervangende toestemming vakantie en paspoort
De vader heeft vlak voor de zitting ingevulde toestemmingsformulieren en een scan van zijn paspoort ingediend. Hieruit blijkt zijn intentie om toestemming te geven, maar de rechtbank kan niet vaststellen dat deze formulieren zullen voldoen voor de reis en de aanvraag van het paspoort. De rechtbank zal daarom volledigheidshalve de vervangende toestemming verlenen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat partijen ex-echtgenoten zijn, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – voor het reizen naar [plaats] , [land] in de periode van op of omstreeks 21 juli tot en met 30 augustus 2026 met de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] , [land] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 1] , [land] ;
  • [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 2] ;
verleent toestemming aan de moeder– welke toestemming die van de vader vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument van de minderjarige:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] , [land] ;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 april 2026.