De rechtbank Den Haag behandelde op 22 april 2026 een verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen voor het reizen met haar minderjarige kinderen naar het buitenland en voor het aanvragen van een reisdocument voor een van de kinderen. De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit over de kinderen, die hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben.
De vader heeft vlak voor de zitting toestemmingsformulieren en een scan van zijn paspoort ingediend, waaruit zijn intentie blijkt toestemming te geven. De rechtbank kon echter niet vaststellen of deze formulieren voldoende zijn voor de reis en de paspoortaanvraag, en verleent daarom uit voorzorg de vervangende toestemming aan de moeder.
De rechtbank bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De vader heeft geen verweer gevoerd tijdens de procedure.