De moeder verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met haar drie minderjarige kinderen gedurende zes weken in de zomervakantie en voor de aanvraag van hun paspoorten. De vader weigert zijn toestemming te geven, verwijzend naar het ouderschapsplan waarin de kinderen drie weken bij elke ouder verblijven en het langdurige gebrek aan contact tussen hem en de kinderen.
De rechtbank constateert dat het ouderschapsplan formeel geldt en dat de moeder slechts drie weken vakantie met de kinderen kan plannen zonder toestemming van de vader. Echter, gelet op de feitelijke situatie en de verklaringen van de kinderen, acht de rechtbank het belang van de kinderen gediend met een langere vakantie bij de moeder. De rechtbank wijst het verzoek daarom toe, met het oog op het belang van het kind en de wens om het contact tussen vader en kinderen te verbeteren.
Daarnaast verleent de rechtbank vervangende toestemming voor de aanvraag van reisdocumenten voor de kinderen, aangezien de vader aangeeft het belangrijk te vinden dat de kinderen een geldig identiteitsbewijs hebben. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en benadrukt de noodzaak van inzet van beide ouders om het contact te herstellen.