ECLI:NL:RBDHA:2026:13265

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
23 mei 2026
Zaaknummer
C/09/662009 / FA RK 24-1388
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling omgangsregeling wegens wankel gezinsbalans en trauma kinderen

De vader verzocht de rechtbank om een omgangsregeling vast te stellen met zijn drie minderjarige kinderen, met wie hij al ruim een jaar geen contact had. Hij stond open voor begeleide omgang en wilde voorkomen dat de kinderen een onjuist beeld van hem zouden krijgen. De moeder, als belanghebbende, was niet verschenen bij de zitting.

De rechtbank nam kennis van de stand van zaken rondom de ondertoezichtstelling van de kinderen, die recentelijk voor een jaar was verlengd. De kinderen en de moeder verkeren in een kwetsbare situatie door ingrijpende gebeurtenissen en trauma's, waardoor het contact met de vader op dit moment niet haalbaar is. De gecertificeerde instelling onderschreef het risico dat een omgangsregeling het wankele gezinsbalans zou verstoren.

De rechtbank concludeerde dat het te vroeg is om een omgangsregeling vast te stellen en dat het verzoek daarom wordt afgewezen. De procedure veroorzaakt spanningen bij de moeder, wat ook de kinderen raakt. De rechtbank verwacht niet dat binnen afzienbare tijd een regeling mogelijk is en ziet geen reden tot aanhouding van het verzoek. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.

Uitkomst: Verzoek tot vaststelling omgangsregeling wordt afgewezen vanwege trauma kinderen en kwetsbare gezinssituatie.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-1388
Zaaknummer: C/09/662009
Datum beschikking: 22 april 2026

Vaststellen omgangsregeling

Beschikking op het op 23 februari 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader]

,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.C.J.W. Scholte – van de Ven in Oss.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder]

,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

Bij beschikking van 28 april 2025 van deze rechtbank is het verzoek van de vader ten aanzien van het gezag afgewezen, is een informatieregeling bepaald en is het verzoek ten aanzien van de omgangsregeling aangehouden, in afwachting van het verloop van de hulpverlening en de ondertoezichtstelling.
De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het verzoekschrift met bijlagen van de gecertificeerde instelling, ontvangen op 2 februari 2026, in de zaak met nummer C/09/698839 / JE RK 26-174.
Op 19 maart 2026 is de zaak voortgezet op de
gecombineerde behandelingvan zowel dit verzoek als het verzoek tot de verlenging van de ondertoezichtstelling (C/09/698839 / FA RK 26-174). Op dat laatste verzoek is diezelfde dag mondeling beslist en de schriftelijke uitwerking van die beschikking is op 22 april 2026 gegeven. Bij die beslissing van de kinderrechter is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd voor de duur van een jaar, te weten tot 31 maart 2027.
Op de (gecombineerde) zitting zijn verschenen:
  • [naam 1] en [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling;
  • de vader met zijn advocaat en bijgestaan door een tolk.
De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , zijn in de gelegenheid gesteld te reageren op de verzoeken, maar hebben hiervan geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Omgangsregeling
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is het volgende gebleken. Tussen de vader en de kinderen is al ruim een jaar geen contact geweest. De vader zou graag weer in contact willen komen met de kinderen. Hij wil werken aan contactherstel met de kinderen en staat open voor begeleide omgang. Aangezien de procedure voor zijn vreemdelingenstatus is afgewezen vreest de vader dat hij zonder (voorlopige) omgangsregeling geen contact met de kinderen kan opbouwen en onderhouden. De vader vindt het daarbij ook belangrijk dat de kinderen een eigen beeld van hem kunnen vormen en wil voorkomen dat er een onjuist beeld van hem bij hen ontstaat. De vader begrijpt dat het contact met de kinderen rustig moet worden opgebouwd en er rekening moet worden gehouden met de omstandigheden van het gezin.
De rechtbank stelt voorop dat kinderen in beginsel recht hebben op contact met beide ouders. De wens van de vader om weer contact te hebben met de kinderen is invoelbaar, maar de rechtbank ziet daar op dit moment geen mogelijkheden toe, ook niet als het contact begeleid zou zijn. Het is op dit moment te vroeg om een (voorlopige) omgangsregeling vast te stellen, omdat het de verwachting is dat dit het wankele evenwicht van het gezin zal verstoren. Op de zitting is dit risico door de gecertificeerde instelling onderschreven. De kinderen hebben door de zeer ingrijpende gebeurtenissen die zij hebben meegemaakt en het daardoor opgelopen trauma geen ruimte om op dit moment te werken aan het contactherstel met de vader. Ook de draagkracht van de moeder staat onder druk.
De vader heeft verzocht om het verzoek aan te houden als er nog geen (voorlopige) omgangsregeling kan worden vastgesteld. De rechtbank overweegt dat deze procedure zorgt voor spanningen bij de moeder die voelbaar zijn voor de kinderen. Wanneer de druk van deze procedure wegvalt zal er bij de moeder mogelijk meer rust en ruimte ontstaan om in het kader van de ondertoezichtstelling – en onder de regie van de gecertificeerde instelling – te werken aan het contactherstel tussen de vader en de kinderen. Op welke termijn deze ruimte zal ontstaan is onduidelijk. Het is niet de verwachting dat dit in de nabije toekomst zal zijn.
Gelet op het voorgaande is er geen aanleiding om te verwachten dat er binnen afzienbare tijd een omgangsregeling kan worden vastgelegd waardoor de rechtbank geen reden ziet voor aanhouding van het verzoek. De rechtbank zal het verzoek van de vader tot het vaststellen van een omgangsregeling daarom afwijzen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de
rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
wijst af het verzoek van de vader om een omgangsregeling vast te stellen;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door mr. I.M. Kroon als griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 april 2026.