Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
op of omstreeks 6 augustus 2024 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen bij een woning en/of het perceel gelegen op/aan de [adres], terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten goederen welke zich in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning op genoemd perceel bevonden te duchten was
en/of,
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten personen welke zich in of in de onmiddellijke nabijheid van en/of in de woning op genoemd perceel bevonden te duchten was
* naar voornoemde woning en/of perceel is gegaan en/of,
* een explosief (te weten een cobra 6, samengebonden met twee bussen haarlak en een fles met een brandbare vloeistof) aan heeft gestoken en/of,
* dit explosief over de schutting op het voornoemde perceel heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
- een aansteker, en/of
- een geïmproviseerd explosief (een cobra 6, samengebonden met twee bussen haarlak en een fles met een brandbare vloeistof) bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad;
op of omstreeks 6 augustus 2024 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een
geïmproviseerd explosief (een vuurwerkbrandstofcombinatie van een cobra 6, samengebonden met twee bussen haarlak en een fles met een brandbare vloeistof),
zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad.
3.De bewijsbeslissing
4.De vorderingen van de benadeelde partijen
- de heer [benadeelde 1] vordert een schadevergoeding van € 7.420,-, welk bedrag bestaat uit € 2.420,- aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade;
- mevrouw [benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van € 30.000,-, welk bedrag volledig bestaat uit immateriële schade;
- de heer [benadeelde 3] vordert een schadevergoeding van € 5.000,-, welk bedrag volledig bestaat uit immateriële schade.