ECLI:NL:RBDHA:2026:132

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
NL24.36335
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking beroep na toewijzing asielaanvraag en veroordeling proceskosten

Verzoekster had beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank had de zaak aangehouden op verzoek van de minister om aanvullende informatie te verkrijgen over een arrest van het Hof van Justitie betreffende de positie van vrouwen in Afghanistan.

Op 29 september 2025 heeft de minister de asielaanvraag alsnog ingewilligd, waarna verzoekster het beroep introk en de rechtbank verzocht de minister te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van tegemoetkoming aan het beroep en wees het verzoek tot veroordeling in proceskosten toe.

De proceskosten werden vastgesteld op € 934, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt op 6 januari 2026.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 934 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens toewijzing van de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.36335

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Igdeli),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S.J.R.R. Vreugdenhil-Brock).

Inleiding

In het besluit van 11 september 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft de zaak op verzoek van verweerder en met instemming van verzoekster aangehouden.
In het besluit van 29 september 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster alsnog ingewilligd.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en gelijktijdig de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de door haar gemaakte proceskosten.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

1. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit staat in artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
2. Het beroep van verzoekster was gericht tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Verweerder heeft de rechtbank verzocht de zaak aan te houden om verzoekster aanvullend te kunnen horen over het arrest van het Hof van Justitie van 4 oktober 2024 over de positie van vrouwen in Afghanistan (ECLI:EU:C:2024:828). In het besluit van 29 september 2025 is de asielaanvraag van verzoekster alsnog ingewilligd. Hiermee is sprake van tegemoetkoming aan het beroep van verzoekster. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen.
3. De gemaakte proceskosten worden volgens het Bpb vastgesteld op 934 euro, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van 934 euro en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 934 (negenhonderd-en-vierendertig euro) aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan op 6 januari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.