Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser,
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Opname in nationale asielprocedure
7.1. In aanvulling op dat wat de minister heeft overwogen verwijst de rechtbank nog naar pagina 17 van het aanmeldgehoor dat begint met de volgende passage
:‘Dit betekent dat jij vanaf nu wordt gezien als meerderjarige vreemdeling. Jouw leeftijd zal worden aangepast. Je zult later worden uitgenodigd voor een ander gehoor met de IND.’Eiser is tijdens het aanmeldgehoor dus al te kennen is gegeven dat zijn gestelde minderjarigheid niet wordt gevolgd en dat hij zal worden uitgenodigd voor een ander gehoor. Dat eiser tijdens het aanmeldgehoor in eerste instantie naar zijn asielmotieven is gevraagd, maakt dat niet anders. Immers betreft het een enkele vraag en is daar niet verder inhoudelijk op doorgevraagd en is daar dus geen verder onderzoek op dat moment naar gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan, met name gelet op de hiervoor geciteerde passage aan het eind van het verslag van het aanmeldgehoor, geenszins worden geconcludeerd dat eiser zou zijn opgenomen in de nationale asielprocedure. Dat eiser daar desondanks vanuit is gegaan, berust op een ongefundeerde aanname van eiser. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Aanvullend gehoor
Wat daar ook van zij, eiser is van mening dat er (gelet wat hij hiervoor naar voren heeft gebracht) helemaal geen aanleiding was om een Dublingehoor te houden. Immers, Nederland was al verantwoordelijk geworden voor de asielprocedure. Bovendien houdt eiser vast aan zijn ten tijde van de indiening van de asielaanvraag opgegeven leeftijd.
Voor het overige handhaaft eiser het standpunt zoals verwoord in de zienswijze. Eiser meent wel dat hij in zijn belangen is geschaad.
Leeftijd van eiser
'
De ontwijkende antwoorden, ongeduldige en geïrriteerde houding vinden wij passend bij een meerderjarige leeftijd. De snelle antwoorden geven de indruk dat hij zijn antwoorden ingestudeerd heeft. Betrokkene komt op mij volwassen over en zijn gedragingen zijn passend bij een meerderjarige leeftijd.'Vervolgens concludeert de minister in het bestreden besluit:
'
Erkend wordt dat in de schouw van het aanmeldgehoor niet geheel duidelijk de conclusie wordt verbonden aan de observaties van uw gedrag'. Echter weegt dit niet op tegen alle overige bevindingen met betrekking tot uw uiterlijke kenmerken tijdens deze schouw, de uitgebreid gemotiveerde bevindingen van de DISA, alsook de meerderjarige registreerde leeftijd in Spanje.’Het is volgens eiser niet inzichtelijk wat de minister nu precies bedoelt te zeggen. Als de conclusie is dat eiser meerderjarig is mede wordt gebaseerd op zijn gedrag en verklaringen, snapt eiser niet dat de minister voor wat betreft is gezegd over eisers gedrag en zijn verklaringen tijdens de IND [3] -schouw door deze conclusies uitsluit. De minister erkent hiermee dat er een gebrekkig onderzoek is gedaan naar de leeftijd van eiser en dat maakt dat eiser meent dat er geen zorgvuldige leeftijdsschouw is uitgevoerd.
11.1. In aanvulling op dat wat de minister heeft overwogen in het bestreden besluit verwijst de rechtbank ook naar de nadere toelichting van de minister in het verweerschrift van 18 mei 2026 en de gegeven toelichting op zitting. Dat de schouw door DISA gebaseerd is op uiterlijke kenmerken, gedrag en de verklaringen en de schouw door de IND met name is gebaseerd op de verklaringen van eiser en zijn lichamelijke kenmerken, leidt niet tot het oordeel dat er daarom een onzorgvuldige leeftijdsschouw is uitgevoerd. De conclusies in de rapporten zijn helder en naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam inhoudelijk onderbouwd. Daarnaast is er ondersteunend bewijs dat leidt tot de conclusie dat uitgegaan wordt van de meerderjarigheid van eiser.
Er is immers, naast dat zowel de schouw van de IND als de schouw van de DISA concluderen tot evidente meerderjarigheid ook de vaststelling dat eiser in Spanje eveneens staat geregistreerd als meerderjarig en is verder gebleken op 11 december 2025 dat op de telefoon van eiser ook nog een kopie van een Marokkaans paspoort en een ID-kaart is gevonden met het geboortejaar 1999. Dit alles tezamen maakt naar het oordeel van de rechtbank dat de minister voldoende aanwijzingen had en heeft om in lijn met de Werkinstructie uit te (blijven) gaan van de meerderjarigheid van eiser. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Onevenredige hardheid, artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening
15.1. In aanvulling daarop overweegt de rechtbank dat de minister in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat er geen aanleiding is om de asielaanvraag van eiser onverplicht aan zich te trekken met toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Daartoe overweegt de rechtbank dat eiser (ook in beroep) met zijn relaas niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden, die maken dat overdracht aan Spanje van onevenredige hardheid getuigt. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.