ECLI:NL:RBDHA:2026:13165
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende onderbouwing laagste niveau willekeurig geweld in Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door de minister van Asiel en Migratie op 5 februari 2026 werd afgewezen. De minister stelde dat in heel Syrië sprake is van een relatief laag niveau van willekeurig geweld, waardoor geen reëel risico op ernstige schade bestaat.
De rechtbank oordeelt echter dat de minister deze stelling onvoldoende heeft gemotiveerd en verwijst naar eerdere uitspraken waarin het tegendeel werd vastgesteld. De minister heeft tijdens de zitting wel gewezen op de situatie in een specifieke plaats, maar heeft dit niet nader onderbouwd. Het Algemeen Ambtsbericht Syrië van januari 2026 bevestigt het aanhoudende geweld en gebrek aan stabiliteit.
Daarnaast heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met humanitaire omstandigheden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het laagste niveau van willekeurig geweld in Syrië.