ECLI:NL:RBDHA:2026:13163
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure met proceskostenvergoeding
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen deze afwijzing en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 23 april 2026. Omdat inmiddels op het beroep in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af.
Daarnaast bepaalde de voorzieningenrechter dat verzoeker recht heeft op een vergoeding van proceskosten, welke de minister moet betalen. De vergoeding is vastgesteld op € 934,00, gebaseerd op een vast bedrag per proceshandeling volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier N.B. Tool op 11 mei 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en minister veroordeeld tot betaling van proceskosten.