De minister van Buitenlandse Zaken heeft op 24 oktober 2025 een besluit genomen op de aanvraag van eiser voor een visum kort verblijf. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop de minister niet tijdig heeft beslist. Eiser stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld en dat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank verleent eiser vrijstelling van griffierecht en legt de minister een nadere beslistermijn van twee weken op om alsnog te beslissen op het bezwaar. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- opgelegd voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier A.W. van Eerden op 21 mei 2026 in Utrecht.