ECLI:NL:RBDHA:2026:13142
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen met het besluit van 31 oktober 2025 wegens kennelijke ongegrondheid.
Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 12 mei 2026 behandeld.
De rechtbank heeft bij uitspraak op 22 mei 2026 het beroep ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.