Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , v-nummer [V-nummer 1] , eiseres,
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Eerder had de rechtbank bij uitspraak van 6 februari 2025 het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen een termijn een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak heeft de minister nog steeds geen besluit genomen, waardoor het tweede beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De rechtbank stelt een nieuwe termijn van twee weken voor het nemen van het besluit en verhoogt de dwangsom wegens eerdere onvoldoende naleving.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eisers. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en handhaaft sancties bij niet-naleving.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.