ECLI:NL:RBDHA:2026:13111
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens niet tijdig bekendgemaakt besluit
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 18 oktober 2023 waarin zijn verblijfsrecht werd beëindigd en hij ongewenst werd verklaard. De minister wilde het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren wegens te late indiening. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het besluit niet op juiste wijze aan verzoeker is bekendgemaakt, omdat het naar zijn voormalige advocaat is gestuurd die zich had onttrokken en niet wist waar verzoeker verbleef.
Daardoor is de bezwaartermijn pas aangevangen op het moment dat verzoeker daadwerkelijk met het besluit bekend werd, namelijk op 22 januari 2026. Het bezwaar van 23 januari 2026 is daarmee tijdig en ontvankelijk. De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe, waardoor verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het bezwaar is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker. De uitspraak is gedaan zonder zitting vanwege onverwijlde spoed en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op zijn bezwaar tegen het besluit is beslist.