ECLI:NL:RBDHA:2026:1308

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
NL25.55079
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om proceskostenveroordeling in asielzaak

Op 27 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek om proceskostenveroordeling door een asielzoeker. De verzoeker, vertegenwoordigd door mr. M.M. Volwerk, had een herhaald beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Na het indienen van dit beroep heeft de minister van Asiel en Migratie alsnog een besluit genomen, waarna de verzoeker zijn beroep heeft ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep niet prematuur was, ondanks dat de rechterlijke dwangsom uit een eerdere procedure nog niet volledig was volgelopen. De rechtbank concludeerde dat de minister aan de verzoeker tegemoet was gekomen door alsnog een besluit te nemen na het indienen van het beroep. Daarom werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten, vastgesteld op € 467,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, en openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.55079

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M.M. Volwerk),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Verzoeker heeft een herhaald beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. [2]
3. Dat het onderhavig beroep niet tijdig beslissen is ingediend terwijl de rechterlijke dwangsom uit de voorgaande procedure nog niet volledig was volgelopen, maakt niet dat het beroep prematuur is. [3]
4. De rechtbank stelt vast dat de minister pas na het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoeker te betalen.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoeker gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,-. [4]

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:75 en 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State van 27 november 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4865).
4.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.