ECLI:NL:RBDHA:2026:13075

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/09/668278 / FA RK 24-4441
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:402 BWArt. 3 Alimentatieverordening nr. 4/2009Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatie en partneralimentatie na echtscheiding

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie en partneralimentatie na de echtscheiding van partijen. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige werd niet vastgesteld omdat partijen hun verzoeken hierover introkken tijdens de zitting.

De rechtbank stelde de ingangsdatum van de kinderalimentatie vast op de datum van de beschikking, 21 april 2026. De behoefte van de minderjarige werd berekend op €657 per maand, geïndexeerd naar 2026, gebaseerd op het netto besteedbaar gezinsinkomen van partijen tijdens het huwelijk.

De draagkracht van de vrouw werd op nihil gesteld vanwege haar bijstandsuitkering en verzorgende rol. De man had een minimale draagkracht van €25 per maand. Op basis hiervan werd de kinderalimentatie vastgesteld op €25 per maand, te betalen door de man. Het verzoek tot partneralimentatie werd afgewezen wegens gebrek aan draagkracht van de man.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken op 21 april 2026 door rechter A.P. de Klerk.

Uitkomst: De rechtbank stelt de kinderalimentatie vast op €25 per maand en wijst het verzoek tot partneralimentatie af wegens gebrek aan draagkracht.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-4441
Zaaknummer: C/09/668278
Datum beschikking: 21 april 2026

Alimentatie en hoofdverblijfplaats

Beschikking op het op 20 juni 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E. El-Sharkawi te ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.H.A. Beijersbergen van Henegouwen te Utrecht.

Procedure

Bij beschikking van 16 juni 2025 heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en iedere beslissing over de vaststelling van de kinderalimentatie en de partneralimentatie en de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het bericht van 12 december 2025, inhoudende aanvullende verzoeken, van de zijde van de vrouw;
  • het bericht van 19 december 2025, met bijlage, van de zijde van de man.
Op 24 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen de advocaat van de vrouw en de advocaat van de man.

Verzoek en verweer

Aan de rechtbank liggen nu nog de volgende verzoeken voor.
De vrouw verzoekt de rechtbank:
  • de man te veroordelen tot het betalen van een maandelijkse bijdrage in de kosten van levensonderhoud van [de minderjarige] vast te stellen op € 550,- per maand;
  • de man te veroordelen tot het betalen van een maandelijkse bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw vast te stellen op € 1.500,- per maand.
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt de rechtbank de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de man vast te stellen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw refereert zich aan het oordeel van de rechtbank over de draagkracht van de man in het kader van de kinderalimentatie en partneralimentatie. Zij voert verweer tegen de verzochte vaststelling van de hoofdverblijfplaats, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw te bepalen.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn de verzoeken ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] over en weer ingetrokken. Daarom zal de rechtbank geen beslissing nemen over de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] .

Beoordeling

Kinderalimentatie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de ouders en [de minderjarige] in Nederland wonen, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 van Pro de Alimentatieverordening (nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende onderhoudsverplichtingen) bevoegd om te beslissen op het verzoek over de kinderalimentatie.
Daarbij past de rechtbank op grond van artikel 3 van Pro het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toe.
Inhoudelijke beoordeling
Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 van Pro het Burgerlijk Wetboek een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum. Drie data liggen het meest voor de hand: de datum van het inleidend (zelfstandig)verzoek, de datum waarop de rechter beslist of de datum waarop de omstandigheden intreden die voor de onderhoudsverplichting bepalend zijn.
Omdat de man heeft verzocht om de datum van de beschikking als ingangsdatum te hanteren en de vrouw hiertegen geen verweer heeft gevoerd, zal de rechtbank de kinderalimentatie vaststellen met ingang van de datum van de beschikking.
Behoefte
Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind (de behoefte) zijn. De behoefte van [de minderjarige] is tussen partijen in geschil. De rechtbank zal daarom hierna de behoefte vaststellen.
Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van ieder van partijen tijdens hun huwelijk worden bepaald.
Partijen zijn het niet eens over het NBI van de vrouw, zodat de rechtbank dat hierna zal berekenen. Hiervoor gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 1.800,- netto per maand. De rechtbank gaat hierbij uit van het door de vrouw gestelde inkomen, aangezien de man dit inkomen niet heeft betwist.
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, berekent de rechtbank haar NBI
op het moment van het huwelijk op € 1.800,- per maand.
Partijen zijn het ook niet eens over het NBI van de man, zodat de rechtbank dat hierna zal berekenen. Hiervoor gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 30.642,- bruto per jaar. De rechtbank gaat hierbij uit van het door de man gestelde inkomen, aangezien de vrouw dit inkomen niet heeft betwist.
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen, berekent de rechtbank zijn NBI op het moment van het huwelijk op € 2.143,- per maand.
Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van partijen bedroeg in 2022 dus € 3.943,- per maand (€ 1.800,-
(NBI vrouw) +€ 2.143,- (
NBI man)). Op basis van dit NBGI hadden partijen recht op een kindgebonden budget van € 102,- per maand, zodat de rechtbank daarmee rekening zal houden. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2022 en 4 kinderbijslagpunten, leidt het voorgaande tot een behoefte van € 537,- per maand voor [de minderjarige] . Geïndexeerd naar 2026 bedraagt deze behoefte € 657,- per maand.
Draagkracht vrouw
De vrouw heeft onweersproken gesteld dat zij een bijstandsuitkering ontvangt. Omdat zij de verzorgende ouder is bij wie [de minderjarige] staat ingeschreven, zal de rechtbank haar draagkracht conform het Rapport Alimentatienormen op nihil stellen.
Draagkracht man
Partijen zijn het erover eens dat er sprake is van een minimale draagkracht aan de zijde van de man ter hoogte van € 25,- per maand, zodat de rechtbank dat zal volgen.
Conclusie
De rechtbank zal bepalen dat de man met ingang van de datum van deze beschikking aan de vrouw € 25,- per maand aan kinderalimentatie zal betalen, steeds bij vooruitbetaling te voldoen.
Partneralimentatie
Omdat wordt uitgegaan van een minimale draagkracht aan de zijde van de man, zal de rechtbank het verzoek tot vaststelling van een partneralimentatie wegens gebrek aan draagkracht afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt de door de man met ingang van heden te betalen alimentatie voor de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , op € 25,- per maand, vanaf vandaag telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 21 april 2026.