Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13050

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/09/678046 / FA RK 25-17
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:56 BWArt. 3 Protocol 23 november 2007Art. 5 Verordening huwelijksvermogensstelselsArt. 4 Haags HuwelijksvermogensverdragArt. 1:100 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met nevenvoorzieningen en verdeling huwelijksgemeenschap

Partijen zijn gehuwd sinds 2010 en hebben een minderjarige zoon geboren in 2013. De vrouw verzoekt echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder het ouderschapsplan, hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij haar, kinderalimentatie van €500 per maand, en verdeling van de gemeenschap van goederen.

De man is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank stelt vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt vastgesteld bij de vrouw, en de kinderalimentatie wordt vastgesteld op €500 per maand, passend bij het inkomen van de man.

De rechtbank regelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap met peildatum 31 december 2024. De woning wordt aan de vrouw toegewezen met een procedure voor taxatie en overname, waarbij kosten en waardeverdeling worden geregeld. De inboedel wordt in onderling overleg verdeeld, de auto’s getaxeerd en de bankrekeningen gesplitst. De vrouw mag de woning zes maanden na inschrijving van de beschikking blijven gebruiken.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de echtscheiding zelf, en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken met toewijzing van hoofdverblijfplaats, kinderalimentatie en verdeling van de huwelijksgemeenschap.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummers: FA RK 25-17 (scheiding) en FA RK 25-9579 (verdeling)
Zaaknummers: C/09/678046 (scheiding) en C/09/696321 (verdeling)
Datum beschikking: 21 april 2026

Scheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 31 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.A. Spek te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 16 januari 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het F9-formulier van 19 maart 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het F9-formulier van 31 maart 2025 van de zijde van de vrouw;
  • het F9-formulier van 17 april 2025 van de zijde van de vrouw, met als bijlage een aanvullend verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 6 mei 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het F9-formulier van 27 februari 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlagen.
De minderjarige [de minderjarige] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Op 17 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en H. Barzizaoua, een tolk;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2010 te [plaats] , [land] .
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- -
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- De man en de vrouw hebben de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

Het verzoek zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:
-
primair: het ouderschapsplan aan de beschikking te hechten en als ingelast te beschouwen,
subsidiair:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 500,- per maand, met ingang van de datum van 31 december 2024;
-
primair: de door partijen getroffen onderlinge regelingen van hun betrekkingen na de echtscheiding zoals neergelegd in het echtscheidingsconvenant aan de beschikking te hechten en als ingelast te beschouwen,
subsidiair:de verdeling van de gemeenschap van goederen vast te stellen;
- voortgezet gebruik van de echtelijke woning gedurende zes maanden na de inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu beide echtgenoten de Nederlandse nationaliteit hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe.
De rechtbank zal krachtens artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Ontvankelijkheid
Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen. De ouders hebben dat niet gedaan.
De rechtbank stelt vast dat het de ouders niet is gelukt om ten aanzien van [de minderjarige] tot overeenstemming te komen. Daarom beoordeelt de rechtbank het verzoek tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] .
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt te bepalen dat [de minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij haar zal hebben. De man heeft geen verweer gevoerd. Ook is niet gebleken dat het belang van [de minderjarige] zich verzet tegen toewijzing van dit verzoek, zodat de rechtbank het verzoek als niet weersproken en op de wet gegrond zal toewijzen.
Kinderalimentatie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] .
Op het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] zal de rechtbank op grond van artikel 3 van Pro het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt een kinderalimentatie van € 500,-, door de man aan de vrouw te betalen, vast te stellen. De man heeft geen verweer gevoerd. Op de zitting is door de vrouw nader onderbouwd en toegelicht dat de man in 2024 een verzamelinkomen van € 50.786,- zou hebben gehad. Uitgaande van dit inkomen komt de rechtbank een bijdrage van € 500,- per maand, zoals verzocht en niet weersproken, redelijk en in lijn met de wettelijke maatstaven voor. De rechtbank zal daarom bepalen dat de man met ingang van de datum van deze beschikking een bijdrage van € 500,- per maand aan de vrouw zal betalen ten behoeve van [de minderjarige] .
Verdeling huwelijksgemeenschap
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen (artikel 5, eerste lid, Verordening huwelijksvermogensstelsels).
Niet gebleken is dat de echtgenoten vóór het huwelijk het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht hebben aangewezen.
Krachtens artikel 4, eerste lid, van het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 14 maart 1978, Trb. 1988, 130, wordt het huwelijksvermogensregime beheerst door het Nederlandse recht, nu de echtgenoten kennelijk hun eerste gewone verblijfplaats na de huwelijkssluiting hebben gevestigd in Nederland en zich geen van de in artikel 4, tweede lid, van dat verdrag genoemde uitzonderingen voordoet.
Peildatum
Nu partijen geen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt, moet worden aangenomen dat tussen de man en de vrouw een algehele gemeenschap van goederen bestaat. De rechtbank overweegt dat voor de omvang/samenstelling van de gemeenschap als peildatum 31 december 2024, de datum van indiening van het verzoek tot echtscheiding, geldt. Voor de waardering geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen – per bestanddeel de datum van de feitelijke verdeling als peildatum. Als uitgangspunt geldt bovendien dat de ontbonden huwelijksgemeenschap bij helfte tussen de man en de vrouw wordt verdeeld (artikel 1:100 BW Pro, zoals dat gold voor 1 januari 2018).
Omvang gemeenschap
De vrouw heeft de volgende bestanddelen van de huwelijksgemeenschap naar voren gebracht:
  • het appartementsrecht recht gevende op het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] met de daarop rustende hypotheek;
  • de inboedel van de woning
  • de auto’s
  • saldi op de bankrekeningen van partijen
a.
appartementsrecht
De vrouw verzoekt het appartementsrecht aan haar toe te delen, waarbij zij na taxatie drie maanden de tijd krijgt om aan te tonen dat het zij het appartementsrecht kan overnemen en waarbij de kosten voor de taxatie en de notariskosten bij helfte worden verdeeld.
Nu de man geen verweer heeft gevoerd, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw toewijzen met inachtneming van het zogenoemde ‘spoorboekje’ zoals opgenomen in het dictum.
de inboedel
De vrouw voert aan dat zij verwacht dat partijen in onderling overleg afspraken zullen verdelen. De man heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank zal daarom bepalen dat partijen de inboedel in onderling overleg zullen verdelen.
De auto’s
De vrouw verzoekt te bepalen dat de auto’s getaxeerd zullen worden en dat de waarde bij helfte verdeeld zal worden. De rechtbank zal conform dit verzoek beslissen nu de man geen verweer heeft gevoerd.
Saldi bankrekeningen
De vrouw heeft onweersproken verzocht te bepalen dat de ieder de bankrekening op zijn of haar naam zal voortzetten, onder verrekening van de saldi per peildatum, te weten 31 december 2024. De rechtbank zal dit -niet weersproken- verzoek toewijzen.
Voortgezet gebruik echtelijke woning
De vrouw verzoekt te bepalen dat het voortgezet gebruik van de echtelijke woning aan haar wordt toegedeeld. De man heeft geen verweer gevoerd, zodat de rechtbank het verzoek als niet weersproken en op de wet gegrond zal toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op16 juni 2010 te [plaats] , [land] ;
*
bepaalt dat de minderjarige:
-
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ,
de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van de datum van deze beschikking een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] ,(bij co-ouderschap eventueel:
medeverzorgt en opvoedt) van € 500,- per maand, zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
stelt de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
Ten aanzien van het appartementsrecht …
met betrekking tot de woning, gelegen aan de [adres] en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening(en) en polis(sen):
1. de woning wordt toegedeeld aan de vrouw op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) voor zover partijen het niet eens worden over de keuze voor een onafhankelijke makelaar-taxateur dient de man aan de vrouw binnen één maand na de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand drie onafhankelijke makelaar-taxateurs voor te stellen die bereid en in staat zijn de woning te taxeren, waaruit de vrouw er vervolgens binnen één week één kiest. Partijen verstrekken vervolgens binnen één week een gezamenlijke opdracht aan deze makelaar-taxateur tot taxatie van de woning. Deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de vrouw de woning zal overnemen;
b) de vrouw dient binnen drie maanden na de taxatie aan de man aan te tonen dat zij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen;
c) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde, te vermeerderen met de waarde van de aan de woning gekoppelde polis(sen) ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening(en) ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de makelaar-taxateur;
d) de kosten van de notariële overdracht worden door partijen ieder voor de helft voldaan;
e) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
2) indien de vrouw de woning niet kan overnemen onder bovengenoemde voorwaarden dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) partijen dienen binnen één week nadat de onder 1) genoemde termijn is verstreken of nadat de vrouw kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen aan de onder 1) genoemde makelaar-taxateur een gezamenlijke opdracht verstrekken tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar-taxateur zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
b) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, te vermeerderen met de waarde van de aan de woning gekoppelde polis(sen) ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening(en) ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
ten aanzien van de inboedel:
bepaalt dat partijen de inboedel uit de echtelijke woning in onderling overleg zullen verdelen;
ten aanzien van de auto’s:
bepaalt dat de auto’s getaxeerd zullen worden en dat de waarde bij helfte verdeeld zal worden;
ten aanzien van de saldi op de bankrekeningen van partijen:
bepaalt dat ieder de bankrekening(en) op zijn of haar naam zal voortzetten, onder verrekening van de saldi per de peildatum 31 december 2024;
*
bepaalt dat de vrouw jegens de man bevoegd is de bewoning van de echtelijke woning te [adres] en het gebruik van de zaken die behoren bij deze woning en tot de inboedel daarvan, voort te zetten gedurende zes maanden na de inschrijving van deze beschikking, onder de voorwaarde dat de vrouw deze woning op het moment van die inschrijving bewoont en aan de man uitsluitend of mede toebehoort of ten gebruike toekomt;
*
verklaart deze beschikking, met uitzondering van de beslissing met betrekking tot de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 21 april 2026.