Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13033

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/09/671133 / FA RK 24-5905
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking aanvullend raadsonderzoek en hoofdverblijfplaats minderjarige vastgesteld

De rechtbank Den Haag heeft bij tussenbeschikking van 21 april 2026 de hoofdverblijfplaats van de minderjarige vastgesteld bij de moeder, aangezien de vader hiermee instemde. De rechtbank achtte zich onvoldoende geïnformeerd om een beslissing te nemen over de zorgregeling en kinderalimentatie en besloot daarom een aanvullend raadsonderzoek te gelasten.

Beide ouders stemden in met het aanvullend onderzoek, dat zich zal richten op de zorgregeling en eventuele noodzakelijke hulpverlening voor de ouders en de minderjarige. De Raad voor de Kinderbescherming zal het onderzoek uitvoeren en uiterlijk 15 juni 2026 rapporteren aan de rechtbank.

De behandeling van de zaak wordt pro forma aangehouden tot ontvangst van het rapport, waarna een nieuwe mondelinge behandeling wordt gepland. Tevens is het door partijen op 2 februari 2026 ondertekende echtscheidingsconvenant aan de beschikking gehecht, waarmee andere verzoeken tot verdeling van de huwelijksgemeenschap als ingetrokken worden beschouwd.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en betreft een voortzetting van de echtscheidingsprocedure met nadruk op het belang van de minderjarige.

Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt vastgesteld bij de moeder en de behandeling van zorgregeling en kinderalimentatie wordt aangehouden voor aanvullend raadsonderzoek.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-5905 (echtscheiding) en FA RK 24-8444 (verdeling)
Zaaknummer: C/09/671133 (echtscheiding) en C/09/676209 (verdeling)
Datum beschikking: 21 april 2026

Nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 13 augustus 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw]

,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.S. Bijsterbosch in Maasdijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man]

,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. Z. Taspinar in Amsterdam, voorheen: mr. D.E. Oud in Krommenie.

Procedure

Bij beschikking van 29 juli 2025 van deze rechtbank is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van
€ 164,- per maand vastgelegd. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de verzochte nevenvoorzieningen is aangehouden tot 2 september 2025.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het e-mailbericht met bijlage van 25 juli 2025 van de man;
  • het bericht met bijlagen van 28 juli 2025 van de vrouw;
  • het bericht van 1 september 2025 van de vrouw;
  • het bericht van 30 september 2025 van de vrouw;
  • het bericht met bijlagen van 1 oktober 2025 van de vrouw;
  • de bericht van 1 oktober 2025 van de man;
  • het bericht van 2 oktober 2025 van de man;
  • het bericht met bijlagen van 8 oktober 2025 van de man;
  • het bericht van 27 oktober 2025 van de vrouw;
  • het bericht met bijlage van 24 december 2025 van de vrouw;
  • het bericht met bijlagen van 8 januari 2026 van de man;
  • het bericht met bijlagen van 11 februari 2026 van de man;
  • de e-mail van 6 maart 2026 van de man;
  • de brief van 12 maart 2026 van de vrouw;
  • het bericht met bijlagen van 25 maart 2026 van de man.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Hoofdverblijfplaats
De vrouw heeft verzocht om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar te bepalen. De man heeft bij verweerschrift van 20 september 2024 en het aanvullend verweerschrift van 17 juli 2025 ingestemd met het verzoek van de vrouw. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, en bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vrouw zal zijn.
Zorgregeling
De rechtbank is van oordeel dat zij op dit moment onvoldoende voorgelicht is om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over de zorgregeling tussen de man en [minderjarige] . De rechtbank heeft daarom de ouders in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen om een aanvullend raadsonderzoek te laten uitvoeren, nu in het raadsrapport van 25 mei 2025 ook is verzocht om het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling aan te houden voor de duur van zes maanden. Beide ouders hebben hiermee ingestemd. De rechtbank acht het wenselijk dat de Raad zich in het aanvullend onderzoek richt op de volgende vragen:
Welke zorgregeling tussen de man en [minderjarige] is bij de huidige stand van zaken het meest in het belang van [minderjarige] ?
Is verdere hulpverlening voor de ouders of [minderjarige] noodzakelijk, en zo ja, welke hulpverlening?
De rechtbank acht het van belang om zo spoedig mogelijk na het aanvullende raadsonderzoek de bevindingen hierin met de ouders te bespreken. Daarom zal de rechtbank direct overgegaan tot het plannen van een nieuwe mondelinge behandeling in juli 2026 waarvoor de ouders en de Raad opgeroepen zullen worden. Dit alles maakt dat de rechtbank in afwachting van het aanvullend raadsonderzoek de procedure pro forma zal aanhouden tot 15 juni 2026.
Kinderalimentatie
Gelet op de wisselende stellingen van partijen, ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om al te beslissen op de kinderalimentatie. De rechtbank zal het verzoek tot vaststelling van de kinderalimentatie daarom ook aanhouden.
Opname echtscheidingsconvenant
Partijen hebben overeenstemming bereikt ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, en deze overeenstemming vastgelegd in een door hen op 2 februari 2026 getekend echtscheidingsconvenant. De rechtbank zal op verzoek van partijen dit echtscheidingsconvenant aan de beschikking hechten zodat het daarvan deel uitmaakt.
De rechtbank beschouwt de andersluidende verzoeken ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgemeenschap als ingetrokken, zodat de rechtbank daar niet meer op hoeft te beslissen.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in
[geboorteplaats] , de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw;
*
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een
aanvullendonderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
*
houdt de behandeling aan tot
15 juni 2026 pro forma, uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zijn aanvullend rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
*
bepaalt dat de behandeling van de zaak, na ontvangst van het rapport en advies, zal worden voortgezet op een nader te plannen mondelinge behandeling;
*
bepaalt dat het door beide partijen op 2 februari 2026 ondertekende echtscheidingsconvenant deel uitmaakt van deze beschikking;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere beslissing
ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de kinderalimentatieaan.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 21 april 2026.