De rechtbank Den Haag behandelde op 24 maart 2026 het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij hem vast te stellen en de zorgregeling te wijzigen. De moeder stemde in met het verzoek, zoals bevestigd tijdens de zitting. De ouders hadden eerder een islamitisch huwelijk dat in Nederland niet rechtsgeldig werd erkend. De vader erkende het kind in 2018 en gezamenlijk gezag werd toegekend in februari 2023.
De rechtbank nam kennis van eerdere regelingen waarbij de omgang geleidelijk werd uitgebreid en de ouders afspraken maakten over de invulling van vakanties en feestdagen. Tijdens de zitting gaf de minderjarige aan beide ouders evenveel te willen zien, wat afweek van de ouders' afspraken. De rechtbank adviseerde de ouders om de wens van het kind te onderzoeken en hier rekening mee te houden.
Gezien de instemming van de moeder en het belang van het kind, wijzigde de rechtbank de hoofdverblijfplaats naar de vader en stelde een zorgregeling vast waarbij het kind om de week van vrijdag na school tot maandag bij de moeder verblijft. De vakanties en feestdagen worden in onderling overleg gelijk verdeeld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.