Uitspraak
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 13 februari 2026 ingekomen verzoekschrift van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken, ingekomen op 23 maart 2026, met bijlagen;
- het bericht van 1 april 2026 van de man, waarin hij zijn verzoeken aanvult, met bijlagen;
- het bericht van 2 april 2026 van de man, met bijlage.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2019 in [plaats] .
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] (hierna: [de minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] (hierna: [de minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats] .
Verzoek en verweer
- te bepalen dat de kinderen voorlopig worden toevertrouwd aan de man;
- de navolgende voorlopige zorgregeling vast te stellen, waarbij de vrouw de kinderen bij zich heeft gedurende:
- de even weken van zondag 17.00 uur tot de oneven zondag 17.00 uur, waarna de kinderen bij de man zijn vanaf de oneven zondag 17.00 uur tot de even zondag 17.00 uur;
- de helft van de algemene feestdagen en de gebruikelijke schoolvakanties, op de navolgende wijze;
- de vakantie begint afhankelijk of het weekend bij de vrouw is, of op vrijdagmiddag na school in het geval de vakantie samenvalt met reguliere weekend, of op zondagmiddag 17.00 in het geval de vakantie niet samenvalt met het reguliere weekend;
- zomervakantie altijd de eerste helft van de vakantie bij de man en de tweede helft van de vakantie bij de vrouw. De overige vakanties en/of feestdagen volgens onderstaand schema:
- te bepalen dat de man het voorlopig uitsluitend gebruik krijgt van de echtelijke woning gelegen aan [adres] , waarbij de vrouw gerechtigd is in de dagen dat zij de zorg draagt over de kinderen (met de man) in de echtelijke woning te verblijven;
- te bepalen dat de vrouw als voorlopige bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de kinderen dient te betalen een bedrag van € 412,- per maand per kind, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, althans een bedrag vast te stellen dat de rechtbank redelijk acht;
- te bepalen dat de vrouw als voorlopige bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de man zal voldoen een bedrag van € 3.330,- bruto per maand (zijnde € 2.079,- netto per maand), telkens bij vooruitbetaling te voldoen, althans een bedrag vast te stellen dat de rechtbank redelijk acht;
- aan hem vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige 2] in te schrijven bij de kinderopvang Perron 07, althans een beslissing te nemen welke de rechtbank redelijk
- de kinderen voorlopig aan de vrouw worden toevertrouwd;
- de kinderen voorlopig in de ene week van vrijdag 14.00 uur tot vrijdag 14.00 uur bij de man verblijven en de andere week van vrijdag 14.00 uur tot vrijdag 14.00 uur bij de vrouw;
- de kinderen voorlopig tijdens de zomervakantie 2 weken aaneengesloten bij de man en de vrouw verblijven;
- de man met ingang van de datum van de indiening van het verweerschrift voorlopig met een bedrag van € 637,50 per kind per maand dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen welke bijdrage maandelijks per vooruitbetaling voor de 1e van de maand door de vrouw dient te zijn ontvangen, dan wel een zodanige ingangsdatum en bedrag als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren te bepalen;
- te bepalen dat de vrouw voorlopig het alleen gebruik heeft van de echtelijke woning met de daarbij behorende inboedel en de man op de dagen dat hij de zorg heeft voor de kinderen gerechtigd is om op die dagen in de echtelijke woning te verblijven;
- met afwijzing van al het andere of meer door de man verzochte.
Beoordeling
Beslissing
voorlopigereguliere zorgregeling voor de minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats] ,
voorlopigdat de kinderen:
- in de eerste, vierde en vijfde week van de zomervakantie bij de vrouw zijn;
- in de tweede, derde en zesde week van de zomervakantie bij de man zijn;