ECLI:NL:RBDHA:2026:130
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het beroep tegen het niet in behandeling nemen van een asielaanvraag op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de Dublinverordening
Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak van eiseres, die beroep aantekende tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling, conform de Dublinverordening. Eiseres was het niet eens met dit besluit en vorderde dat haar aanvraag toch inhoudelijk behandeld zou worden, onder verwijzing naar artikel 17 van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, wat betekent dat het niet in behandeling nemen van de aanvraag in stand blijft. De rechtbank baseerde haar oordeel op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat Nederland mag vertrouwen op de naleving van internationale verdragsverplichtingen door Duitsland. Eiseres had niet aannemelijk gemaakt dat Duitsland niet aan zijn verplichtingen zou voldoen, en haar vrees voor refoulement was onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat er geen concrete aanknopingspunten waren die erop wezen dat de overdracht aan Duitsland onevenredige hardheid zou betekenen. Eiseres kreeg geen vergoeding van haar proceskosten. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen hebben de mogelijkheid om verzet aan te tekenen tegen deze beslissing.