ECLI:NL:RBDHA:2026:12999

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
NL26.6877
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vw 2000Art. 31 lid 6 Vw 2000Art. 8 EVRMArt. 6:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse christen wegens ongeloofwaardigheid en veilig land van herkomst

Eiser, een Nigeriaanse christen, verzocht om asiel in Nederland vanwege vermeende problemen met een erfenis en vrees voor geweld van Boko Haram in Edo State, Nigeria. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid en het ontbreken van een reëel risico op vervolging.

De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de verklaringen over het schietincident en de erfenis ongeloofwaardig achtte, mede door het ontbreken van objectieve documenten en tegenstrijdigheden in het verhaal. Ook werd het culturele referentiekader onvoldoende onderbouwd om dit oordeel te wijzigen.

Verder concludeerde de rechtbank dat de vrees voor geweld tegen christenen in Edo State niet aannemelijk is, omdat deze regio als veilig wordt beschouwd en Boko Haram vooral actief is in het noordoosten van Nigeria. Het eerder opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod bleven onverkort van kracht vanwege hun formele rechtskracht.

Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van de asielaanvraag en de handhaving van het terugkeerbesluit en inreisverbod werden bevestigd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod blijven gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.6877

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser]

[V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.W.F. Menick),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Rijerkerk).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (afgekort: Vw 2000). Eiser is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden oordeelt de rechtbank over deze zaak.
1.1
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.2
Onder 2 staat het procesverloop in deze beroepszaak. Onder 3 staat een beschrijving van het asielrelaas van eiser en onder 4 een korte weergave van de besluitvorming door verweerder. Onder 5 volgt een weergave van de beroepsgronden van eiser en vanaf 7 volgt het oordeel van de rechtbank. Aan het eind van deze uitspraak volgt de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 27 maart 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend in Nederland.
2.1
Verweerder heeft met het bestreden besluit van 2 februari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
2.2
Bij het wijzigingsbesluit van 4 februari 2026 heeft verweerder het bestreden besluit alleen gewijzigd ten aanzien van het terugkeerbesluit en het inreisverbod en voor het overige zijn eerdere conclusies van het bestreden besluit gehandhaafd.
2.3
Eiser heeft bij de rechtbank beroep [1] ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.4
De rechtbank heeft het beroep op 7 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, D.K. Ehigiene als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1990 en heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Eiser heeft eerder in Nederland asiel aangevraagd, maar deze aanvragen zijn destijds zonder succes behandeld in de Dublin-procedure of vroegtijdig door eiser ingetrokken. Eiser heeft aan deze asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij bij terugkeer naar Nigeria vreest voor problemen als gevolg van het stuk grond dat hij van zijn vader heeft geërfd.
Wat heeft verweerder besloten?
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen als gevolg van de erfenis van eisers vader;
4.1
De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser is geloofwaardig geacht door verweerder, omdat eiser deze met objectieve documenten heeft onderbouwd.
4.2
Verweerder heeft de door eiser gestelde problemen vanwege de erfenis van zijn vader niet geloofwaardig geacht. Redengevend daarvoor is dat eiser zijn verklaringen niet met objectieve documenten heeft onderbouwd en dat eiser ook niet anderszins voldoet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid van de Vw 2000.
4.3
Zo is eiser tegengeworpen dat hij onvoldoende documenten heeft aangeleverd en daarvoor geen goede verklaring heeft kunnen geven (sub b). Hierdoor is verweerder niet in de gelegenheid geweest om de overgelegde brief van de advocaat van eiser uit Nigeria te onderzoeken op echtheid, nu dit een digitale kopie betreft. Ondanks dat eiser stelt dat hij de brief sinds 2023 in bezit heeft, heeft hij nooit het origineel kunnen overleggen. Bovendien ondersteunt de summiere inhoud van deze brief het asielrelaas van eiser niet, nu deze geen nieuwe informatie bevat, in aanvulling op de verklaringen van eiser.
4.4
Ook is tegengeworpen dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen (sub c). Zo is betrokken dat eiser slechts summier en oppervlakkig heeft verklaard over het gestelde schietincident in 2015. Ook acht verweerder het ongerijmd dat de zussen van eiser niet meer details hebben gevraagd over het schietincident. Dat de stiefmoeder van eiser het incident heeft veroorzaakt, vindt verweerder niet geloofwaardig, omdat dit enkel op vermoedens van eiser is gebaseerd. Tot slot is tegengeworpen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de periode tussen 2004 en 2015, met name over het gedrag van de stiefmoeder.
4.5
Tot slot heeft verweerder geconcludeerd dat eiser in grote lijnen niet geloofwaardig is (sub e), omdat eiser meerdere asielaanvragen in verschillende Unielidstaten heeft gedaan zonder deze af te wachten en daarbij ook meerdere malen in de gehoren verklaard heeft dat hij asiel wil voor een betere toekomst, in plaats van voor bescherming van zijn leven.
4.6
Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als ongegrond, nu enkel de herkomst van eiser uit Nigeria onvoldoende is voor gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer. Bij het wijzigingsbesluit van 4 februari 2026 is bepaald dat het eerder aan eiser uitgereikte terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en ook het eerdere aan eiser opgelegde inreisverbod van 2 jaar onverkort worden gehandhaafd.
Wat vinden eiser en verweerder in beroep?
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert ten eerste aan dat verweerder de problemen als gevolg van de erfenis van eiser zijn vader ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Zo is onvoldoende betekenis toegekend aan de inhoud van de overgelegde kopie van de brief van de advocaat van eiser uit Nigeria en heeft verweerder in zijn beoordeling miskend dat deze brief een door een notaris gelegaliseerd stuk betreft. Ook heeft verweerder in de beoordeling van eiser zijn asielrelaas onvoldoende rekening gehouden met het culturele referentiekader van eiser, die opgegroeid is in een sterk autoritaire samenleving, waar mannen de baas zijn en vrouwen het gezin bestieren en beiden geen tegenspraak dulden. Dat eiser niet uitgebreid durft te verklaren is dan ook begrijpelijk en verweerder verwacht ten aanzien van het schietincident teveel details. Naast de problemen vanwege de erfenis van de vader, vreest eiser bij terugkeer ook voor de onveilige situatie in Nigeria vanwege het wijdverbreide geweld van Boko Haram en ISWAP. Deze groeperingen plegen ontvoeringen, gewapende overvallen en terroristische aanslagen waarbij ook onschuldige burgers slachtoffer worden, en eiser is daarbij als bekeerd christen een extra gevoelig doelwit voor dit geweld van Boko Haram. Eiser verwijst in dit kader naar enkele online bronnen [2] , onder andere van de christelijke organisatie Open Doors. Ook vindt eiser dat het terugkeerbesluit gericht op onmiddellijk vertrek onrechtmatig is, omdat Nigeria geen veilig land van herkomst betreft. Tot slot is het inreisverbod volgens eiser in strijd met het recht op privéleven, als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM [3] , omdat eiser in Nederland actief is bij zijn kerk en daar ook werk verricht.
6. Verweerder heeft op de zitting gereageerd op de beroepsgronden van eiser en geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7. De rechtbank geeft eiser geen gelijk en overweegt daartoe als volgt.
Problemen vanwege de erfenis van eisers vader
7.1
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de problemen vanwege de erfenis van de vader van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Zo heeft verweerder aan eiser mogen tegenwerpen dat eiser summier, vaag en ongerijmd verklaard heeft over het schietincident dat naar aanleiding van de problemen met zijn familie over de erfenis zou hebben plaatsgevonden. Verweerder mocht daarbij betrekken dat eiser weinig specifiek heeft kunnen verklaren over de gebeurtenis zelf, over wat eiser zijn gevoelens daarbij waren en hoe zijn gedrag na dit incident was, onder andere het vertellen over het incident aan zijn zussen. Eiser heeft niet concreet gemaakt waaruit blijkt dat verweerder tijdens de gehoren of in de beoordeling van het asielrelaas onvoldoende rekening gehouden heeft met het culturele referentiekader van eiser. Dat Nigeria een autoritaire samenleving is, waarin geen tegenspraak geduld wordt door ouderen, is niet met bronnen onderbouwd en maakt, wat daar ook van zij, het oordeel van de rechtbank hierin niet anders. Ook mocht verweerder tegenwerpen dat de verklaringen over de stiefmoeder gelet op de tijdlijn tegenstrijdig zijn en dat de betrokkenheid van de stiefmoeder bij het schietincident enkel gebaseerd is op vermoedens. In deze conclusie heeft verweerder kenbaar en gemotiveerd de inhoud van de door eiser overgelegde kopie van de brief van de advocaat betrokken, ondanks dat een kopie niet op echtheid kan worden onderzocht. Verweerder heeft in dit kader mogen tegenwerpen dat de brief geen nieuwe elementen of onderbouwing van het asielrelaas van eiser op dit punt geeft en daarom niet bijdraagt aan de geloofwaardigheid daarvan. Dit geldt temeer, nu expliciet namens eiser is verklaard dat dit document een weergave is van datgene wat zijn advocaat over de positie van eiser is verteld, en dat dit om die reden geen objectieve en verifieerbare informatie betreft. De beroepsgronden slagen niet.
Geweld tegen christenen in Nigeria
7.2
De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de bekering van eiser tot christen niet expliciet als asielmotief is aangemerkt en ook niet apart op geloofwaardigheid is beoordeeld. Omdat zowel in de besluitvorming, als ook ter zitting door verweerder niet betwist is dat eiser als christen kan worden aangemerkt, gaat de rechtbank er daarom vanuit dat tussen partijen niet in geschil is dat eiser na terugkeer naar Nigeria kan worden gezien als behorend tot de christelijke gemeenschap. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden heeft geconcludeerd dat eiser als christen geen gegronde vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade heeft bij terugkeer naar Edo State in Nigeria, het gebied waaruit hij afkomstig is. Verweerder heeft hiertoe kunnen verwijzen naar landeninformatie van EUAA [4] , waaruit volgt dat christenen in het zuiden van Nigeria, o.a. Edo State, overwegend in de meerderheid zijn en niet gebleken is van wijdverbreid geweld tegen hen. Uit de door eiser aangevoerde online bronnen, o.a. het rapport van Open Doors, volgt ten aanzien van de situatie in Edo State geen wezenlijk ander beeld over geweld tegen christenen. Dat eiser bij terugkeer naar Edo State te vrezen heeft voor het geweld van Boko Haram en ISWAP is niet aannemelijk, omdat deze facties met name actief zijn in het noordoosten van Nigeria en niet gebleken is dat deze operationeel zijn in Edo State. De stelling dat eiser als christen in Edo State een extra gevoelig doelwit is voor de ontvoeringen, gewapende overvallen en het terroristisch geweld van Boko Haram en ISWAP wordt dan ook niet gevolgd. De beroepsgronden slagen niet.
Terugkeerbesluit en inreisverbod
7.3
Bij het wijzigingsbesluit van 4 februari 2026 heeft verweerder het eerder aan eiser opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod gehandhaafd en afgezien van het opnieuw opleggen van deze besluiten aan eiser. Uit het procesdossier kan worden afgeleid dat eiser inderdaad reeds bij besluit van 4 juni 2021 een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en een inreisverbod voor 2 jaar is opgelegd. Dit besluit staat in rechte vast, omdat geen beroep tegen dit besluit is ingesteld. De rechtbank is primair van oordeel dat vanwege de formele rechtskracht van dit besluit van 4 juni 2021 niet wordt toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden gericht tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod. Deze zijn namelijk al in rechte onaantastbaar en met wijzigingsbesluit van 4 februari 2026 zijn de nieuw opgelegde besluiten van 2 februari 2026 teniet gedaan.
7.4
Voor zover echter betoogd wordt het juridisch debat over het terugkeerbesluit en het inreisverbod weer is heropend in deze beroepszaak en verweerder gehouden is te toetsen of deze besluiten momenteel nog steeds kunnen worden gehandhaafd, is de rechtbank van oordeel dat de beroepsgronden, die zich hier tegen richten, niet slagen en niet kunnen leiden tot een vernietiging of opheffing van deze besluiten.
7.5
De rechtbank volgt eiser namelijk niet in zijn stelling dat het terugkeerbesluit onrechtmatig is, omdat deze gericht is op vertrek naar Nigeria, dat geen veilig land van herkomst betreft. Het enkele gegeven dat een terugkeerbesluit gericht is op vertrek naar een land dat niet (integraal) als veilig land van herkomst heeft te gelden, maakt - los van de juridische discussie over dit leerstuk sinds de recente uitspraak [5] van het Hof van Justitie - dit terugkeerbesluit nog niet onrechtmatig. Niet gebleken of onderbouwd is namelijk dat eiser bij terugkeer naar Nigeria te vrezen heeft voor refoulement en de rechtbank verwijst daarvoor naar rechtsoverweging 7.2 van deze uitspraak.
7.6
Ook de stelling dat het inreisverbod onrechtmatig is, vanwege strijd met het recht op privéleven als bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, wordt niet gevolgd. Eiser heeft dit privéleven, dat hij in Nederland tijdens procedureel rechtmatig verblijf heeft opgebouwd, namelijk niet met objectieve bewijsmiddelen onderbouwd. De beroepsgronden slagen niet.

Conclusies en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de asielaanvraag op goede gronden heeft afgewezen.
9. Ook het eerder opgelegde terugkeerbesluit, gericht op onmiddellijk vertrek naar Nigeria, en het inreisverbod voor de duur van twee jaar blijven onverkort van kracht.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De verzenddatum van deze uitspraak ziet u hierboven vermeld.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 6:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ziet het beroep van eiser van rechtswege zowel op het bestreden besluit als het wijzigingsbesluit.
2.Zie deze links:
3.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
4.COI Report – Nigeria: Country Focus, 3 november 2025, pagina’s 22-24, 78 en 79.
5.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 oktober 2024, zaaknummer C-406/22, ECLI:EU:C:2024:841.