ECLI:NL:RBDHA:2026:12919
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid verkrachtingsclaim en asielmotieven
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende man, diende op 10 februari 2026 een asielaanvraag in met als grondslag een verkrachting in 2020 en de daaruit voortvloeiende problemen. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 25 februari 2026 af als kennelijk ongegrond, omdat eiser wisselende verklaringen gaf en onvoldoende geloofwaardig was over de bedreigingen en de verspreiding van een video.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 16 april 2026, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was, ondanks dat aanvullende gronden laat werden ingediend. De rechtbank vond dat verweerder terecht de ongeloofwaardigheid van de verkrachtingsclaim en de asielmotieven had vastgesteld, mede vanwege het ontbreken van een paspoort, het langdurig verblijf in Marokko na het incident, en tegenstrijdige verklaringen.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J. Holleman en griffier M.E. Jans. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.