ECLI:NL:RBDHA:2026:129

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
NL25.57065
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid België

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat België volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.

Tegelijkertijd heeft verzoekster een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en afgewezen, mede omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep in een samenhangende zaak.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 6 januari 2026 gedaan en openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.57065

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], V-nummer: [V-nummer], verzoekster

(gemachtigde: mr. J.W.F. Noot),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

Met het besluit van 19 november 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Met de uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.57064, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is op 6 januari 2026 gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.