Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
wel of nietvan de OLF konden zijn, dat hij het
gevoelhad dat zij van de OLF waren, dat eiser
dachtdat de huisbaas aan de kleding of het haar zou hebben gezien dat het mensen van de OLF waren, [5] dat de huisbaas heeft verklaard dat
dagalaop zoek zijn geweest naar eiser en dat eiser daarom wist dat het ging om de OLF [6] , en dat eiser nadat hij is gevlucht niets meer heeft gehoord van OLF [7] . De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat deze verklaringen van eiser enkel zijn gebaseerd op vermoedens, waarbij hij weinig concreet maakt waar deze vermoedens op zijn gebaseerd. Uit de verklaringen blijkt meer dat het een gevoel is dat de OLF achter hem aanzat en dat uit het telefoontje met de huisbaas ook niet volgt dat het de OLF was die hebben ingebroken. De minister heeft eiser ook kunnen tegenwerpen dat eiser nooit contact heeft gehad met de OLF en na de inbraak niets meer heeft vernomen van de OLF. Uit het telefoontje met de huisbaas blijkt daarnaast dat eiser geen navraag heeft gedaan, maar zelf de conclusie trekt dat het de OLF moet zijn die heeft ingebroken. Ten aanzien van eisers stelling dat de minister een verkeerde bewijsmaatstaf hanteert, heeft de minister zich niet terecht op het standpunt gesteld dat van eiser gelet op zijn referentiekader mag worden verwacht dat hij meer inzicht geeft in wat er precies aan de hand was en of de inbraak met zijn werkzaamheden voor NISS te maken had. Ook dat hij zich gelet op de gestelde problemen meer had ingespannen om er achter te komen wie er precies achter de inbraak zat. Dit lag in de lijn der verwachting ook omdat van hem als academicus verwacht mag worden zijn weg hierin te vinden en het belang hiervan in te zien. Zeker nu dit de reden was om zijn land te verlaten.