3.2.Gebruikte bewijsmiddelen
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2026012059, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 107).
Ten aanzien van feiten 2 en 4:
De rechtbank zal voor de feiten 2 en 4 met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft deze bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. De officier van justitie heeft met betrekking tot deze feiten eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
1. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, opgemaakt op 19 januari 2026 (p. 97, 99);
2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] namens KesslerPerspektief, opgemaakt op 19 januari 2026 (p. 76-77);
3. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] namens KesslerPerspektief, opgemaakt op 7 januari 2026 (p. 33-34).
Ten aanzien van feiten 1, 3 primair en 5:
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de
bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
1. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , opgemaakt op 15 januari 2026, voor zover inhoudende (p. 63-64):
Pleegdatum: 15 januari 2026.
Vandaag was ik aan het werk bij de AH to Go op het stationsplein van Delft.
Ik zag dat de man de winkel inging en twee blikjes pakte. Toen pakte de man een chocolade reep, een donut en een koek. Ik zag dat de man toen wilde afrekenen bij de zelfscan. Ik zag dat hij enkel op start drukte en ik zag dat hij de boodschappen in zijn zakken deed. Toen liep de man richting de uitgang waar ik stond. Ik sprak de man aan en vroeg of hij de boodschappen gewoon af wilde rekenen. De man zei dat hij had betaald. Normaal bij alcohol gaat er een alarm af vanwege de leeftijdscheck. Dit was niet gebeurd dus ik weet zeker dat hij niet heeft afgerekend.
De man wilde vervolgens langs mij lopen maar ik bleef ervoor staan. Hij liep een soort tegen mij aan waardoor ik naar achteren werd gedwongen tot aan de deur. Hierop heeft de man mij beetgepakt en de winkel in gegooid. Ik kwam hierbij op de grond terecht. Ik viel op mijn linkerzijde. Mijn hoofd, schouder, heup en elleboog doen zeer. Ik ben direct opgestaan om achter de man aan te gaan. In de draaideur van het station kon ik één van de blikjes van hem afpakken. Toen kreeg ik weer een duw en hield hij de deur tegen.
Naderhand kwam ik terug in de winkel en hoorde ik van een collega dat dezelfde man eerder deze week ook een collega van mij heeft mishandeld. Hier is toen ook aangifte van gedaan.
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 21 januari 2026, voor zover inhoudende (p. 72-73):
Dit onderzoek kwam tot stand nadat er op 15 januari 2026 aangifte was gedaan van
diefstal met bedreiging en geweld. Tijdens dit incident sprak een Albert Heijn
medewerker een klant aan waarna er een handgemeen ontstond. Voor mijn onderzoek bekeek ik beelden van een beveiligingscamera welke door de Albert
Heijn waren aangeleverd.
Om 01:38 zag ik degene die ik herkende als de verdachte. Ik zag dat deze persoon de winkel in liep. Om 02:07 zag ik dat de verdachte vanaf de rechterkant het beeld in kwam lopen voor de kopse kant van de winkelstellage langs. Ik zag dat de verdachte in beiden handen voorwerpen vast had.
Om 03:02 zag ik dat de aangeefster in de deurpost was gaan staan aan de linkerkant en zo fysiek de verdachte de weg versperde. Ik zag dat de verdachte hierop fysiek contact maakte met de aangeefster door haar met zijn rechterhand in de buik, te hoogte van het middenrif, te duwen.
Om 03:05 zag ik dat de verdachte een flinke stap achteruit deed met zijn rechter been.
Ik zag dat de verdachte de aangeefster plots achteruit meesleurde. Ik zag dat de
verdachte de rechterarm van de aangeefster vast had bij de ellenboog. Ik zag dat de
verdachte het slachtoffer met zijn rechterhand vast had bij haar vest ter hoogte van
haar middenrif.
Om 03:06 zag ik dat de verdachte de aangeefster dusdanig hard meegesleurd had waardoor zij ten val kwam, Ik zag de aangeefster op de grond vallen op haar linker
schouder. Ik zag dat zij met zoveel voorwaartse kracht gegooid werd dat zij eenmaal op de grond doorschoof en enkele momenten onderin uit beeld verdween.
Om 03:07 zag ik de verdachte de drempel van de winkel passeren en de winkel verlaten.
3. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , opgemaakt op 9 januari 2026, voor zover inhoudende (p. 45-46):
Pleegdatum: 9 januari 2026
Ik, [aangever 2] , werk bij de Albert Heijn To Go op het stationsplein 11 te Delft.
Ik was bezig met het schoonmaken van de vloer met de schroobmachine. Toen ik bezig was met het schoonmaken, zag ik dat er een man de winkel in kwam lopen
Ik zag dat hij liep naar de koelkast en twee blikjes Red Bull pakte. Ik ging toen voor de deur staan. Ik zag dat de man mijn kant op kwam lopen richting de deur. Ik vertelde de man dat hij de blikjes moest afrekenen of de blikjes moest terug leggen. Ik zag dat hij mij vastpakte bij mijn vest op borst hoogte met zijn rechterhand. Ik zag dat hij met zijn linkerhand een vuist maakte en slaande beweging maakte richting mijn gezicht. Ik voel nu een bonzende pijn aan de linkerkant van mijn gezicht. Ik zie dat mijn gezicht aan de linkerzijde opgezwollen en verkleurd is.
Daarna zag ik dat hij met een van zijn handen het red bull blikje pakte. Ik zag dat hij met het blikje Red Bull een slaande beweging maakte op mijn hand. Hierdoor heb ik pijn in mijn linkerhand.
Vervolgens duwde de man mij weg richting de uitgang van de winkel. Ik zag dat hij daarna rennend het station verliet.
Ik heb enig vermoeden wie het is, aangezien er eerder een winkelverbod is uitgereikt aan de man. Ik heb het vermoeden dat [verdachte] de verdachte is.
4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 20 januari 2026, voor zover inhoudende (p. 55-56):
Dit onderzoek kwam tot stand nadat er op 9 januari 2026 aangifte was gedaan van
eenvoudige mishandeling. Tijdens dit incident sprak een Albert Heijn medewerker een klant aan waarna er een handgemeen ontstond. Voor mijn onderzoek bekeek ik beelden van een beveiligingscamera welke door de Albert Heijn waren aangeleverd.
Ik zag dat er een 2-tal mensen zeer dicht met hun gezichten op elkaar staat hierna te noemen NN1 en NN2. Vanaf het eerste frame zag ik dat NN1 en NN2 elkaar gedurende 4 seconden bij de revers vasthebben en zo rond bewegen in beeld.
Om 0:05 zie dat de rechterarm van NN1 en de linkerarm van NN2 elkaars revers loslaten. Ik zag dat NN1 zijn hand balt tot een vuist en een slaande schuinbeweging maakte richting NN2. Ik zag niet dat NN2 hierdoor geraakt werd. Om 0:07 zag ik dat NN1 een schoppende beweging maakte richting NN2.
5. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , opgemaakt op 20 januari 2026, voor zover inhoudende (p. 50):
Op 9 januari 2026 was ik aan het werk bij de Albert Heijn To Go aan het Stationsplein in Delft. Ik zag dat mijn collega, [aangever 2] , een man aansprak die net de winkel in was gelopen.
Ik zag dat de man langs [aangever 2] wilde lopen en dat dit niet lukte. Ik zag toen wat duw- en trekwerk van beide kanten. Ik zag toen dat de man met gebalde vuist twee keer [aangever 2] op zijn oog sloeg. Ik zag dat het op de plek waar [aangever 2] was geslagen meteen rood/paars werd.
6. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , opgemaakt op 6 januari 2026, voor zover inhoudende (p. 13):
Plaats delict: [adres 2] .
Pleegdatum: 5 januari 2026.
Autoruit is ingegooid met een baksteen.
7. Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [aangever 3] , opgemaakt op 20 januari 2026, voor zover inhoudende (p. 15):
A: Ik was aan het werk op 5 januari. Ik was samen met mijn collega en toen zag ik dat mijn ruit was ingegooid door een baksteen die ik ook in mijn auto aantrof. Mijn auto stond geparkeerd op [adres 2] . En daar had de bewoner van het huis waar mijn auto stond een deurbelcamera. Ik heb aangebeld en gevraagd of zij beelden had voor mij. Die had zij dus ik weet ook wie het is.
V: En wie is het dan?
A: Dhr. [verdachte] .
V: Waar herkende je de heer [verdachte] aan?
A: Je herkent hem gewoon aan zijn uiterlijk en houding. Ook aan zijn kleding en zijn muts. Hij heeft 9 van de 10 keer dezelfde kleding aan. Ook aan zijn houding het is niet iemand die je niet ziet.
8. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 20 januari 2026, voor zover inhoudende (p. 22):
Op maandag 19 januari 2026 was ik, verbalisant [verbalisant] , met opsporingswerkzaamheden belast en deed ik onderzoek naar een vernieling van een auto gepleegd op 5 januari 2026 gelegen aan [adres 2] . Ik zag dat er een camerabeeld van deze vernieling geplaatst waren in de beschikbare politiesystemen. Op de camerabeelden zie ik een persoon die in uiterlijke kenmerken overeenkomsten vertoont met de verdachte [verdachte] . Op 19 januari 2026 hoorde ik [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1995, als verdachte. De persoon die zichtbaar is op de camerabeelden vertoont overeenkomsten in postuur, lengte en uiterlijke kenmerken van de verdachte, zoals zijn getinte huidskleur en baardgroei (sikje).
Ik heb hierna de camerabeelden onder de volgende registraties bekeken:
PL1500-2026005907 ' vernieling auto 5 januari
PL1500-2026009476 ' winkeldiefstal 9 januari
PL1500-2026016460 ' winkeldiefstal 15 januari
Ik zie op de camerabeelden van alle bovengenoemde registratienummers dat de persoon die in beeld is, dezelfde broek, beigekleurige veterschoenen en jas draagt. Ik zie dat de broek een lichte broek betreft met opvallende donkergekleurde scheuren ter hoogte van de knie. De jas is een donkerblauwe parkajas. Ik zie dat de persoon dezelfde gelaatskenmerken heeft op alle bovenstaande camerabeelden.
Op de camerabeelden van de winkeldiefstal met geweld onder registratienummer
2026016460 herken ik de verdachte als zijnde [verdachte] . Ik herken hem aan zijn
postuur, lengte en uiterlijke kenmerken van de verdachte, zoals zijn getinte
huidskleur en baardgroei (sikje).
Aangezien de verdachte op alle bovenstaande camerabeelden dezelfde samenstelling van kleding en daarnaast overeenkomende gelaatskenmerken heeft, vermoed ik dat de persoon op alle beschikbare camerabeelden [verdachte] is.