Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12827

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
NL26.19027
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en terugkeerbesluit

Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, kreeg bij besluit van 24 maart 2026 de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met terugwerkende kracht ingetrokken tot 8 november 2016. Tevens werd tegen hem een terugkeerbesluit en een inreisverbod van tien jaar uitgevaardigd en werd hij voor tien jaar in het Schengen Informatiesysteem gesignaleerd.

Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten, zodat hij in Nederland kon blijven totdat het bezwaar was afgehandeld. De minister verzette zich niet tegen dit verzoek.

De voorzieningenrechter oordeelde dat aan de voorwaarden voor het treffen van een voorlopige voorziening was voldaan en wees het verzoek toe. Tevens werd verzoeker vrijgesteld van griffierecht en werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 934,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de intrekking van de verblijfsvergunning en het terugkeerbesluit worden opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.19027
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker],

geboren op [geboortedag] 1987, van Marokkaanse nationaliteit, verzoeker
(gemachtigde: mr. S. Petkovic),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

Bij besluit van 24 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd van verzoeker met terugwerkende kracht ingetrokken tot 8 november 2016, tegen verzoeker een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van tien jaar uitgevaardigd en verzoeker voor de duur van tien jaar in het SIS [1] gesignaleerd.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt de rechtsgevolgen van het bestreden besluit op te schorten en te bepalen dat verzoeker het bezwaar in Nederland mag afwachten.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek toe.
2. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb kan hangende een bezwaarprocedure de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. De minister heeft bij brief van 11 mei 2026 aan de rechtbank meegedeeld dat hij zich niet verzet tegen hetgeen is verzocht, voor zover dit ziet op het niet uitzetten van verzoeker totdat op het bezwaar is beslist.
4. Nu de minister zich niet verzet tegen het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening en de voorzieningenrechter geen beletselen ziet die zich tegen toewijzing van dit verzoek verzetten, zal de voorzieningenrechter dit verzoek toewijzen. Indien het bezwaar wordt ingetrokken of anderszins wordt beëindigd, zal deze voorlopige voorziening komen te vervallen.
5. Omdat het verzoek wordt toegewezen, veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort en verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het bezwaar is beslist;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Doets, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.W. Victoor, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Schengen Informatiesysteem.
2.Algemene wet bestuursrecht.