ECLI:NL:RBDHA:2026:12827
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en terugkeerbesluit
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, kreeg bij besluit van 24 maart 2026 de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met terugwerkende kracht ingetrokken tot 8 november 2016. Tevens werd tegen hem een terugkeerbesluit en een inreisverbod van tien jaar uitgevaardigd en werd hij voor tien jaar in het Schengen Informatiesysteem gesignaleerd.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten, zodat hij in Nederland kon blijven totdat het bezwaar was afgehandeld. De minister verzette zich niet tegen dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat aan de voorwaarden voor het treffen van een voorlopige voorziening was voldaan en wees het verzoek toe. Tevens werd verzoeker vrijgesteld van griffierecht en werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 934,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de intrekking van de verblijfsvergunning en het terugkeerbesluit worden opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.