Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12826

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
NL25.59247
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na uitspraak op beroep terugkeerbesluit Brazilië

De minister van Asiel en Migratie heeft op 10 november 2025 een terugkeerbesluit opgelegd aan verzoekster, waarbij zij moest terugkeren naar Brazilië. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 6 mei 2026, waarbij verzoekster en haar gemachtigde niet verschenen waren, terwijl de minister zich liet vertegenwoordigen. Op dezelfde dag als deze uitspraak, 15 mei 2026, deed de rechtbank uitspraak op het beroep in zaaknummer NL25.59246.

Gezien de uitspraak op het beroep is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat er reeds uitspraak is gedaan op het beroep tegen het terugkeerbesluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59247

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Joseph).

Procesverloop

Bij besluit van 10 november 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister een terugkeerbesluit opgelegd. Verzoekster moet terugkeren naar Brazilië.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL25.59246, op 6 mei 2026 op zitting behandeld. Verzoekster en gemachtigde zijn, met bericht van verhindering kort voorafgaand aan de zitting, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.59246, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.