Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12788

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
C/09/700861 / FA RK 26-2245
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening omgangsregeling en gebruik echtelijke woning na echtscheidingsprocedure

Partijen zijn gehuwd en hebben een minderjarig kind. Zij oefenen gezamenlijk gezag uit, maar het kind verblijft bij de vrouw. De man verzoekt onder meer het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te wijzen, een zorgregeling vast te stellen en voorlopige kinderalimentatie te bepalen.

Op de zitting is overeenstemming bereikt over het uitsluitend gebruik van de woning door de man en de toevertrouwing van het kind aan de vrouw. Partijen zijn het eens over een voorlopige zorgregeling met omgang op zondag en een doordeweekse dag, overdracht via derden en een belregeling. De rechtbank besluit de omgangstijden te bepalen van 10:00 tot 17:00 uur en stelt de eerste overnachting vast op 17 mei 2026.

De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €347 per maand, ingaande 20 april 2026. De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders verzochte af. Iedere partij draagt eigen proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst het uitsluitend gebruik van de woning toe aan de man, vertrouwt het kind toe aan de vrouw, stelt een voorlopige omgangsregeling en kinderalimentatie vast.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2245
Zaaknummer: C/09/700861
Datum beschikking: 20 april 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 6 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Arslan te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P. Celikkal te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het verweerschrift met zelfstandige verzoeken, met bijlagen;
  • het F9 formulier van 31 maart 2026, met bijlagen, van de man;
  • het F9 formulier van 2 april 2026, met bijlagen, van de vrouw
  • het F9 formulier van 2 april 2026, met bijlage, van de man.
Op 3 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat.
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en de tolk L. Makaddam;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [datum] 2022 te [plaats] , [land] .
  • Zij zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] .
  • [de minderjarige] verblijft bij de vrouw.
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
  • De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Marokkaanse nationaliteit.
  • Bij de rechtbank is een echtscheidingsprocedure aanhangig bekend onder zaak en rekestnummer C/09/700875 en FA RK 26-2253.

Verzoek en verweer

De man verzoekt dat:
  • hij gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ;
  • een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van het minderjarige kind van partijen wordt vastgesteld zoals omschreven onder punt 12 van het verzoek,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Ook verzoekt de vrouw zelfstandig nog:
  • het minderjarige kind van partijen aan haar toe te vertrouwen;
  • een passende zorgregeling vast te stellen, met overdrachtsregeling via derden zonder direct contact tussen partijen;
  • een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 350,- per maand vast te stellen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Uitsluitend gebruik van de echtelijke woning
Op de zitting is gebleken dat partijen het eens zijn dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] aan de man wordt toegewezen. De rechtbank zal aldus beslissen.
Toevertrouwing van de minderjarige
Op de zitting is gebleken dat partijen het eens zijn dat [de minderjarige] aan de moeder wordt toevertrouwd. Nu niet gebleken is dat het belang van [de minderjarige] zich hiertegen verzet, zal de rechtbank dienovereenkomstig beslissen.
Voorlopige zorgregeling
Op de zitting is gebleken dat partijen het met elkaar eens zijn dat er een voorlopige regeling moet worden vastgesteld. De rechtbank heeft toen een vergelijk tussen de ouders beproefd waarna de zitting voor korte duur is geschorst. Het is partijen gelukt om deels overeenstemming te bereiken over de zorgregeling. Zij hebben afgesproken dat er tussen de man en [de minderjarige] omgang zal plaatsvinden elke zondag en op een doordeweekse dag en dat de overdracht zal plaatsvinden via een derde. Zij hebben ook een belregeling met elkaar afgesproken waarbij de man op maandag, woensdag en vrijdag om 18:00 uur met [de minderjarige] zal bellen. Als blijkt dat de man en [de minderjarige] op deze dag ook omgang met elkaar hebben gehad dan zal de belregeling niet doorgaan.
De rechtbank zal conform de overeenstemming van partijen beslissen.
Partijen verschillen van mening over de aanvangstijd van de omgang. De man wil vanaf 10:00 uur omgang met [de minderjarige] en de vrouw wil dat de man vanaf 12:00 uur omgang heeft met [de minderjarige] . Nu partijen hier geen overeenstemming over hebben zal de rechtbank een beslissing nemen. Niet is gebleken van contra-indicaties waardoor [de minderjarige] niet gedurende zeven uur bij zijn vader zou kunnen zijn. De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige] dat hij tijdens de omgangsmomenten zo lang als mogelijk tijd met de man kan doorbrengen. De rechtbank zal daarom bepalen dat [de minderjarige] voorlopig elke week op een doordeweekse dag en op zondag van 10:00 uur tot 17:00 uur met de man zal zijn.
Partijen hebben verder afgesproken dat er zal worden toegewerkt naar een omgang met overnachting waarbij de eerste overnachting mogelijk zal plaatsvinden op 17 mei 2026. De man en de vrouw verschillen van mening of de eerste overnachting daadwerkelijk op 17 mei 2026 zal plaatsvinden zodat de rechtbank daar een beslissing over zal nemen.
De man wil toewerken naar omgang op zondag met een overnachting op de zaterdag ervoor of een overnachting van zondag op maandag waarbij de eerste overnachting zal zijn op 17 mei 2026 van zondag op maandag. De vrouw wil eerst bekijken hoe de omgang tussen de man en [de minderjarige] de komende weken zal verlopen en daarna beslissen of [de minderjarige] bij de man zou kunnen overnachten.
Uit de stukken en op de zitting is niet gebleken van contra indicaties voor een overnachting van [de minderjarige] bij de man zodat de rechtbank zal bepalen dat [de minderjarige] op 17 mei 2026, zes weken na de zitting, omgang zal hebben met de man met overnachting. [de minderjarige] is dan van zondag 10:00 uur tot maandag 17:00 uur bij de man. Daarna zal de overnachting elk weekend plaatsvinden op zaterdag of op zondag afhankelijk van het rooster van de man. Partijen moeten dit in onderling overleg met elkaar afstemmen.
Kinderalimentatie
Op de zitting hebben de man en vrouw overeenstemming bereikt over de kinderalimentatie. Zij zijn overeengekomen dat de man een bedrag van € 347,- per maand aan kinderalimentatie voor [de minderjarige] zal betalen.
De rechtbank zal conform deze overeenstemming beslissen en beschouwt het meer of anders verzochte als ingetrokken. De rechtbank zal de kinderalimentatie vaststellen per datum beschikking, te weten 20 april 2026.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ;
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] ,
aan de vrouw zal worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de minderjarige voorlopig bij de vader zal zijn:
  • op een tussen partijen in onderling overleg te bepalen doordeweekse dag van 10:00 uur tot 17:00 uur:
  • elke zondag van 10:00 uur tot 17:00 uur;
  • op zondag 17 mei 2026 van 10:00 uur tot maandag 18 mei 2026 om 17:00 uur. Na 17 mei 2026 zal afhankelijk van het rooster van de man elke week een overnachting plaatsvinden van zaterdag op zondag of van zondag op maandag, zodat de omgang zal zijn van de eerste dag 10:00 uur tot de volgende dag 17:00 uur,
waarbij de overdacht van de minderjarige plaatsvindt via een derde persoon.
bepaalt dat de man voorlopig op maandag, woensdag en vrijdag om 18:00 uur telefonisch contact zal hebben met de minderjarige tenzij de man en de minderjarige op die dag omgang met elkaar hebben gehad;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 20 april 2026 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarige(bij co-ouderschap eventueel:
medeverzorgt en opvoedt) van € 347,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 april 2026.