Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12787

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
C/09/680448 / FA RK 25-1217
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 815 lid 2 RvArt. 1:251a lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met vaststelling hoofdverblijfplaats en zorgregeling voor minderjarige kinderen

Partijen zijn gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen en hebben twee minderjarige kinderen. De man is gelast de echtelijke woning te verlaten vanwege een huisverbod. De vrouw verzoekt om echtscheiding, eenhoofdig gezag en een opbouwende omgangsregeling. De man stemt in met de echtscheiding en hoofdverblijfplaats, maar verzet zich tegen eenhoofdig gezag.

De rechtbank gaat voorbij aan het ontbreken van een ouderschapsplan omdat partijen niet gezamenlijk tot een plan kunnen komen. De echtscheiding wordt toegewezen omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Het verzoek tot eenhoofdig gezag wordt afgewezen omdat geen contra-indicaties zijn dat gezamenlijk gezag de belangen van de kinderen schaadt.

De hoofdverblijfplaats wordt vastgesteld bij de vrouw. De zorgregeling, waarbij de kinderen om het weekend van vrijdagavond tot zondagavond bij de man verblijven en vakanties in onderling overleg worden verdeeld, wordt bevestigd. Het huurrecht van de echtelijke woning wordt aan de man toegekend. Verzoeken tot verdeling van de huwelijksgemeenschap zijn ingetrokken en worden niet meer behandeld.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, stelt de hoofdverblijfplaats bij de vrouw vast, bevestigt de zorgregeling voor de kinderen bij de man en kent het huurrecht van de woning toe aan de man.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1217 (echtscheiding) en FA RK 25-5047 (verdeling)
Zaaknummer: C/09/680448 (echtscheiding) en C/09/687948 (verdeling)
Datum beschikking: 20 april 2026

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 14 februari 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.E. van der Meijs in Zoetermeer,
en

[naam 1] h.o.d.n. [handelsnaam 1] ,

in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van de vrouw,
Als belanghebbenden wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.C. Spil in Amsterdam,
en

[naam 2] h.o.d.n. [handelsnaam 2] ,

in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van de man.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 5 maart 2025, met bijlagen, van de vrouw;
  • het F9-formulier van 14 maart 2025, met bijlagen, van de vrouw;
  • het verweerschrift, met een zelfstandig verzoek;
  • het verweerschrift op het zelfstandige verzoek;
  • het F9-formulier van 16 maart 2026, met bijlagen, van de vrouw;
  • het F9-formulier van 19 maart 2026, met bijlagen, van de man;
  • het F9-formulier van 20 maart 2026, met bijlagen, van de vrouw;
De minderjarige [de minderjarige 1] is uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter op 20 maart 2026. Zij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. In plaats daarvan heeft zij een brief gestuurd, ontvangen bij de rechtbank op 23 maart 2026.
Op 23 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam 3] , namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Beide bewindvoerders hebben de beide advocaten gemachtigd om hen te vertegenwoordigen in het verzoek tot verdeling van de huwelijksgemeenschap.

Feiten

  • Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2019 te [plaats] .
  • Zij zijn gehuwd in een beperkte gemeenschap van goederen.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats] (hierna: [de minderjarige 1] );
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] (hierna: [de minderjarige 2] ).
  • De man heeft [de minderjarige 1] erkend.
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • Bij beschikking van de burgemeester van de gemeente Zoetermeer van 7 januari 2025 is de man gelast om de echtelijke woning te verlaten en deze voor een periode van 10 dagen niet te betreden. Het huisverbod is vervolgens verlengd voor de duur van 18 dagen.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad –:
  • de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
  • primair:de vrouw te belasten met het eenhoofdig gezag over de kinderen;
subsidiair:te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben bij de vrouw;
  • een opbouwende omgangsregeling te bepalen, waarbij de omgang eerst acht keer begeleid zal plaatsvinden onder begeleiding van ’t Zorghuis of een andere instantie zoals de rechtbank redelijk acht, althans te beslissen zoals de rechtbank in goede justitie juist en redelijk acht, waarna de kinderen vervolgens van vrijdag na school tot zondag 19.00 uur bij de man verblijven, waarbij man de kinderen ophaalt op [treinstation] en ze daar ook weer afzet, althans te beslissen zoals de rechtbank in goede justitie juist en redelijk acht;
  • vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap conform haar voorstel.
De man stemt in met de verzoeken van de vrouw ten aanzien van de echtscheiding, de hoofdverblijfplaats en de verdeling van de huwelijksgemeenschap. Hij voert verweer tegen het verzoek met betrekking tot het gezag. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig – uitvoerbaar bij voorraad –:
  • de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
  • primair:een zorg- c.q omgangsregeling te bepalen waarbij [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] eenmaal per twee weken van vrijdag na school tot maandag voor school bij de man zullen verblijven, waarbij de man de kinderen vrijdag uit school dan wel bij de vrouw ophaalt en maandag naar school dan wel naar de vrouw toebrengt, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen, in onderling overleg te verdelen;
subsidiair:een zorg- c.q omgangsregeling vast te stellen, door de rechtbank in goede justitie te bepalen, waarbij de man, indien dit noodzakelijk wordt geacht, openstaat
voor een traject gericht op het bewerkstellingen van het contact;
- het huurrecht van de echtelijke woning aan de [adres] aan de man toe te scheiden.
De vrouw verzoekt het verzoek van de man met betrekking tot de woning toe te wijzen. Verder voert zij verweer tegen de verzochte nevenvoorzieningen, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding

Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 815, lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen.
Partijen hebben dat niet gedaan. De rechtbank zal in dit geval voorbij gaan aan het vereiste van artikel 815 lid 2 Rv Pro, omdat naar het oordeel van de rechtbank voldoende naar voren is gekomen dat de ouders niet in staat zijn om gezamenlijk tot een ouderschapsplan te komen.
Nu aan de overige wettelijke formaliteiten is voldaan, zal de rechtbank partijen ontvangen in hun verzoeken tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat de over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond zullen worden toegewezen.
Gezag
De vrouw is van mening dat eenhoofdig gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk is. Het contact met de man zorgt voor veel onrust. Zolang de ouders samen gezagsbeslissingen moeten nemen, blijft deze onrust bestaan. Gelet op het verleden van partijen, dient de vrouw in bescherming te worden genomen.
De man voert verweer en stelt dat er geen sprake is van een situatie waarin de kinderen klem of verloren dreigen te raken, of anderszins in hun belangen worden geschaad. De ouders communiceren met elkaar, de man belemmert geen gezagsbeslissingen en het is voor de kinderen juist van belang dat zij zien dat de ouders samen beslissingen voor hen kunnen nemen.
Op grond van artikel 1:251a lid 1 BW kan de rechter na ontbinding van het huwelijk het gezamenlijk gezag beëindigen indien a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat gezamenlijk gezag van de ouders in het belang van de kinderen is, tenzij er sprake is van contra-indicaties. In het onderhavige geval is van dergelijke contra-indicaties niet gebleken. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen aanwijzingen dat de gezamenlijke uitoefening van het gezag ertoe zal leiden dat de kinderen klem of verloren raken, dan wel anderszins in hun belangen worden geschaad. Beide ouders hebben aangegeven dat zij nog steeds in staat zijn om met elkaar te communiceren over zaken aangaande de kinderen. Evenmin is gebleken dat de man het nemen van gezagsbeslissingen zal belemmeren. Ter zitting heeft de man aangevoerd dat hij recent nog heeft meegewerkt aan de aanvraag van het paspoort van [de minderjarige 1] . Hoewel de schriftelijke toestemming voor de traumatherapie van de kinderen enige tijd op zich heeft laten wachten, heeft hij hieraan uiteindelijk eveneens zijn medewerking verleend. De rechtbank gaat ervan uit dat de man in de toekomst waar nodig vlot zijn toestemming zal geven.
Gelet op het voorgaande, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw om haar met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten, afwijzen.
Duidelijk is wel dat de onderlinge communicatie en verstandhouding niet optimaal zijn. De rechtbank geeft partijen daarom nogmaals mee om, in het belang van de kinderen, een ouderschapsbemiddelingstraject te volgen bij iHub.
Hoofdverblijfplaats
De ouders zijn het er over eens dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw zullen hebben. De rechtbank zal aldus beslissen.
Zorgregeling
Op de zitting is gebleken dat de ouders sinds juli 2025 uitvoering geven aan een zorgregeling, inhoudende dat de kinderen om het weekend van vrijdagavond 18.00 uur tot zondagavond 18.00 uur bij de man zijn. Ook is afgesproken dat de vakanties bij helfte worden verdeeld. De overdracht van de kinderen vindt plaats op [treinstation] .
Deze – onbegeleide – regeling loopt al vanaf juli 2025. De rechtbank ziet geen aanleiding om het contact tussen de kinderen en de man nu onder begeleiding te laten plaatsvinden. De problemen bevinden zich vooral in de onderlinge verhouding tussen de ouders. Een traject omgangsbegeleiding is daarom niet van toegevoegde waarde. De rechtbank is van oordeel dat voornoemde regeling in het belang van de kinderen is. Zij zal deze regeling vaststellen in het dictum van de beschikking.
Huurrecht echtelijke woning
De vrouw heeft reeds afstand gedaan van het huurrecht van de echtelijke woning. Partijen zijn het er over eens dat het huurrecht van de echtelijke woning aan de man kan worden toegekend. De rechtbank zal het verzoek van de man daarom toewijzen.
Verdeling huwelijksgemeenschap
Op de zitting zijn alle verzoeken ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgemeenschap ingetrokken. De rechtbank zal op deze verzoeken geen beslissing meer nemen.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2019 te [plaats] ;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] ,
hun hoofdverblijfplaats hebben bij de vrouw;
*
stelt een zorgregeling vast tussen de kinderen en de man, inhoudende dat de kinderen bij de man zijn:
  • om het weekend van vrijdagavond 18.00 uur tot zondagavond 18.00 uur;
  • de helft van de vakanties, in onderling overleg te bepalen,
waarbij de overdracht plaatsvindt op [treinstation] ;
*
bepaalt dat de man met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de woonruimte aan de [adres] ;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 20 april 2026.