ECLI:NL:RBDHA:2026:12762

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
NL25.61485
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielverblijfsvergunningprocedure

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen als kennelijk ongegrond op 8 december 2025. Verzoeker stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 30 april 2026, waarbij zowel verzoeker als de gemachtigden van beide partijen en een tolk aanwezig waren. Op dezelfde dag als deze uitspraak werd in de hoofdzaak uitspraak gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.61485

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], verzoeker,

(gemachtigde: mr. H.A. Jeuring),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. J. Veendorp).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 8 december 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de zaak NL25.61484, op 30 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.61484, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Veenstra - van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.