ECLI:NL:RBDHA:2026:12757
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag bij besluit van 23 januari 2025 in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met het beroep op 1 mei 2026. Tijdens de zitting waren verzoeker, zijn gemachtigde, de gemachtigde van de minister en een tolk aanwezig.
De voorzieningenrechter constateert dat de rechtbank inmiddels op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.