Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 9 januari 2025 waarin werd bepaald dat zij niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering. De rechtbank ontving het beroepschrift wegens het uitblijven van een besluit op bezwaar op 2 december 2025. Het UWV heeft erkend dat de beslistermijn is overschreden vanwege een tekort aan verzekeringsartsen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat het UWV niet binnen de wettelijke termijn van negen weken heeft beslist. Gezien de noodzaak van een medisch advies van een verzekeringsarts en de structurele tekorten bij het UWV, wordt dit als een bijzonder geval aangemerkt. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin een termijn van zes weken voor de medische beoordeling en drie weken voor de besluitvorming wordt gehanteerd.
Het UWV krijgt de opdracht binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Voor elke dag dat het UWV deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoed.