ECLI:NL:RBDHA:2026:12674
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing visumkort verblijf en schending hoorplicht
Eiseres, een Marokkaanse nationaliteit, verzocht op 4 juli 2024 om een visum voor kort verblijf om haar echtgenoot in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende aantoonbare sociale en economische binding met Marokko, waardoor vestigingsgevaar werd vermoed. Het bezwaar van eiseres werd eveneens ongegrond verklaard zonder haar te horen.
De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte heeft afgezien van de hoorzitting, terwijl eiseres expliciet om een hoorzitting had verzocht en aanvullende toelichting wilde geven op haar bindingen met Marokko. De rechtbank benadrukt dat in visumzaken het gedrag van de aanvrager centraal staat en dat een hoorzitting essentieel is om de minister te overtuigen van het ontbreken van vestigingsgevaar.
Daarom is het bestreden besluit in strijd met de artikelen 7:2, 7:3 en 7:12 van de Awb en wordt het vernietigd. De minister wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eiseres eerst wordt gehoord. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht en het bestreden besluit wordt vernietigd met opdracht tot een nieuwe beslissing na hoorzitting.