Eiseres heeft op 20 oktober 2025 een verzoek ingediend bij het UWV voor herbeoordeling van het recht van een (ex-)werknemer op een WIA-uitkering. De rechtbank ontving het beroepschrift wegens het uitblijven van een beslissing op 24 maart 2026. Het UWV heeft erkend dat de beslistermijn is overschreden vanwege een tekort aan verzekeringsartsen.
De rechtbank oordeelt dat het uitblijven van een beslissing waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, een bijzonder geval vormt. Op grond van eerdere jurisprudentie wordt het UWV een termijn van negen weken gegeven om alsnog een besluit te nemen, waarbij zes weken zijn gereserveerd voor de medische beoordeling en drie weken voor het besluit.
De rechtbank legt het UWV op binnen deze termijn een besluit te nemen en stelt een dwangsom van €100 per dag vast bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Daarnaast wordt een reeds verbeurde dwangsom van €1.442 vastgesteld. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in overeenstemming met het landelijke beleid.