ECLI:NL:RBDHA:2026:12625
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublinverordening. De minister had op 30 maart 2026 het besluit genomen en Nederland had op 19 december 2025 een verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat op 23 december 2025 werd aanvaard.
Eiseres voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege haar traumatische ervaringen in Duitsland en het ontbreken van sociale steun daar, terwijl zij in Nederland familie heeft. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft vertrouwd op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De minister heeft bovendien gemotiveerd aangegeven waarom geen toepassing is gegeven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank concludeert dat het beroep kennelijk ongegrond is en verklaart het ongegrond. Eiseres en haar minderjarige zoon mogen worden overgedragen aan Duitsland. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en haar asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is.