ECLI:NL:RBDHA:2026:12603
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet
Eiser, een Algerijnse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, is op 10 april 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit is beroep ingesteld, dat tevens geldt als verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank stelt vast dat het terugkeerbesluit van 28 maart 2026 onherroepelijk is en dat eiser de aan de bewaring ten grondslag gelegde zware en lichte gronden niet heeft betwist. De gronden zijn feitelijk juist en voldoende gemotiveerd, waaronder het risico dat eiser zich aan toezicht onttrekt en de uitzettingsprocedure belemmert.
Verweerder heeft voldoende voortvarend gehandeld ondanks eerdere asielaanvragen van eiser, en minder ingrijpende maatregelen dan bewaring waren niet doeltreffend. Eiser heeft zijn gestelde relatie niet aannemelijk gemaakt en er zijn geen feiten die de rechtmatigheid van de maatregel ondergraven.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.