Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12589

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
NL26.25191
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59a VwArt. 96 lid 3 VwArt. 28 lid 3 DublinverordeningArt. 27 lid 3 Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard

De minister van Asiel en Migratie heeft op 30 maart 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een Somalische vreemdeling geboren in 1989. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.

De rechtbank had de maatregel reeds eerder getoetst en geoordeeld dat deze tot 8 april 2026 rechtmatig was. De beoordeling richtte zich nu op het voortduren van de bewaring na die datum. Eiser heeft geen nieuwe beroepsgronden aangevoerd tegen het voortduren van de maatregel.

De rechtbank constateerde dat uit de voortgangsrapportage geen gewijzigde omstandigheden blijken die de grondslag van de maatregel of de noodzaak tot voortzetting ervan beïnvloeden. Ook is geen sprake van onvoldoende voortvarendheid van verweerder bij de voorbereiding van de feitelijke overdracht van eiser. De voorgenomen overdracht werd uitgesteld vanwege een nog niet besliste voorlopige voorziening.

Gezien het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden acht de rechtbank het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.25191

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. F. Boone),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 30 maart 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 13 mei 2026 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1989 en de Somalische nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 10 april 2026 [2] volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom ziet de beoordeling nu op het voortduren van de maatregel van bewaring sinds 8 april 2026.
4. Eiser heeft, hoewel hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, geen beroepsgronden aangevoerd tegen het voortduren van de maatregel van bewaring.
5. Uit de voortgangsrapportage en overige stukken in het dossier blijkt niet van gewijzigde omstandigheden die van invloed zijn op de grondslag van de maatregel of de gronden voor de maatregel, dan wel de vraag naar een lichter middel. De rechtbank ziet verder geen aanleiding om te oordelen dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt in de voorbereiding van eisers feitelijke overdracht: op grond van artikel 28, derde lid, van de Dublinverordening wordt de overdracht uitgevoerd uiterlijk binnen zes weken vanaf de impliciete of expliciete aanvaarding van het overname- of terugnameverzoek, dan wel vanaf het tijdstip waarop het beroep niet langer schorsende werking heeft overeenkomstig artikel 27, derde lid, van de Dublinverordening. Eiser heeft hangende het beroep [3] tegen het aan hem bekend gemaakte overdrachtsbesluit 13 februari 2026 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Op dit verzoek is nog niet beslist. [4] Uit het voortgangsrapport volgt dat verweerder op 23 april 2026 een vlucht heeft aangevraagd, maar dat de voorgenomen overdracht op 6 mei 2026 is geannuleerd omdat nog niet is beslist op het beroep.
6. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan het voortduren van de bewaring onrechtmatig moet worden geacht.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 19 mei 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
3.NL26.8268.
4.NL26.8269.