ECLI:NL:RBDHA:2026:125
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag van een Afghaanse nationaliteit met betrekking tot bedreigingen door de Taliban
In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 6 januari 2026 uitspraak gedaan in een asielprocedure. Eiser, een Afghaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. Eiser heeft verklaard dat hij Afghanistan heeft verlaten vanwege bedreigingen van de Taliban, maar de rechtbank oordeelt dat zijn verklaringen niet geloofwaardig zijn. De rechtbank heeft de zaak mondeling behandeld op 18 december 2025, waarbij eiser aanwezig was met zijn gemachtigde. De minister heeft geen verweerschrift ingediend.
Eiser heeft verklaard dat hij op 22 maart 2021 uit Afghanistan is vertrokken en dat hij eerder rechtmatig verblijf had in Nederland voor studie. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister het asielmotief van eiser niet gelooft, omdat zijn verklaringen geen samenhangend geheel vormen. Eiser heeft geen goede verklaring gegeven voor het niet tijdig indienen van zijn asielaanvraag en heeft geen documenten overgelegd die zijn vrees voor de Taliban onderbouwen.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser niet in de negatieve belangstelling van de Taliban staat. De door eiser overgelegde brief, die volgens hem van de Taliban afkomstig is, is niet objectief vast te stellen en draagt niet bij aan de geloofwaardigheid van zijn verhaal. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en het bestreden besluit blijft in stand. Eiser komt niet in aanmerking voor een vergoeding van proceskosten.