ECLI:NL:RBDHA:2026:125
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende persoon, verzocht asiel in Nederland nadat hij Afghanistan had verlaten vanwege vermeende bedreigingen door de Taliban vanwege zijn werkzaamheden bij ngo’s. Hij had rechtmatig verblijf voor studie, maar deze vergunning werd ingetrokken. Zijn asielaanvraag werd afgewezen omdat zijn verklaringen niet samenhangend en aannemelijk werden geacht.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor de dreigingen en dat zijn vermoeden niet kon worden gefundeerd. Ook werd het niet tijdig indienen van de asielaanvraag als onverklaard en ongeloofwaardig beschouwd. De door eiser overgelegde brief, vermeend afkomstig van de Taliban, kon niet objectief worden vastgesteld en werd te laat ingediend.
De rechtbank concludeerde dat de gestelde bedreigingen niet aannemelijk waren en dat het beroep ongegrond is. Het bestreden besluit blijft in stand en eiser komt niet in aanmerking voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardigheid en te late indiening.