ECLI:NL:RBDHA:2026:12467
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens intrekken besluit verblijfsdocument EU/EER
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER. De minister heeft op 8 oktober 2025 alsnog een besluit genomen, waarna eiseres haar beroep handhaafde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het doel van het beroep – het verkrijgen van een beslissing – is bereikt en eiseres geen procesbelang meer heeft. Het beroep tegen het inhoudelijke besluit van 8 oktober 2025 wordt doorverwezen naar de minister om als bezwaar te worden behandeld.
De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres wegens de te late besluitvorming. De proceskosten worden vastgesteld op €467,-, gebaseerd op een vast bedrag met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de procedure. Daarnaast moet de minister het door eiseres betaalde griffierecht van €194,- vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober op 16 april 2026 in Utrecht. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het inhoudelijke besluit wordt verwezen naar de minister als bezwaar.