ECLI:NL:RBDHA:2026:12430
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië moratorium
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 30 september 2024 ontvangen. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 geldt een beslistermijn van zes maanden, maar vanwege het besluitmoratorium voor Syrië is deze termijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden.
Eiser heeft de minister op 12 februari 2026 schriftelijk in gebreke gesteld, maar op dat moment was de verlengde beslistermijn nog niet verstreken. Hierdoor is de ingebrekestelling te vroeg ingediend en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard en geen zitting gehouden. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M.H.G.P. Tober op 16 april 2026. Eiser kan binnen zes weken een verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.