Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12412

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
NL26.16101
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft op 27 februari 2026 een beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 18 april 2024. De rechtbank heeft op 7 april 2026 dit beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen.

Op 23 maart 2026 heeft eiser opnieuw beroep ingesteld tegen hetzelfde niet tijdig beslissen. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of er procesbelang is bij dit tweede beroep. Gezien de eerdere uitspraak op het eerste beroep, ontbreekt procesbelang voor het tweede beroep.

Daarom verklaart de rechtbank het tweede beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 18 mei 2026.

Uitkomst: Het tweede beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.16101

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. T. der Bedrosian),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister
niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 18 april 2024.
1.1
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?
2. Eiser heeft op 27 februari 2026 het eerste beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag ingediend. [2] Op 7 april 2026 heeft deze rechtbank en zittingsplaats uitspraak gedaan, het beroep van eiser gegrond verklaard en daarbij de minister opgedragen om uiterlijk 8 weken na de uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken.
3. Op 23 maart 2026 heeft eiser nogmaals een beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde asielaanvraag ingediend. Deze uitspraak gaat over het beroep van 23 maart 2026.
4. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van haar beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Eiser heeft tweemaal beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nu de rechtbank reeds op het beroep 27 februari 2026 heeft beslist, is er geen belang meer bij de beoordeling van het tweede beroep.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.NL26.11121.