Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
[de moeder]te [woonplaats 1] ’ (hierna: ‘de moeder’) in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van haar minderjarige kinderen
[kind 1]en
[kind 2](hierna: ‘de minderjarige kinderen’) en;
[kind 3]te [woonplaats 2] (hierna samen te noemen: ‘de kinderen’),
1.De procedure
- het verzoekschrift dat strekt tot het bevelen van een voorlopig deskundigenonderzoek, met één productie, ingekomen op de griffie van deze rechtbank op 21 mei 2025;
- het verweerschrift van de Staat, met producties 1 tot en met 4;
- de beschikking van 21 oktober 2024, waarin de kantonrechter te Gouda machtiging heeft verleend om namens de minderjarige kinderen een procedure te voeren tegen de Staat ten aanzien van het voorlopig deskundigenbericht.
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
psychiatrisch onderzoekdient te worden ingesteld naar de mentale gevolgen van de problemen die zijn ontstaan door de onrechtmatige besluiten en de daarmee samenhangende handelingen van de Staat. Op die manier kan de impact van de toeslagenaffaire op het gehele gezin in kaart worden gebracht. Eerdere relevante medische beoordelingen van verzoekers moeten hierbij worden betrokken. Doel van het onderzoek is vast te stellen of sprake is van psychische klachten en of het aannemelijk is dat deze klachten in causaal verband staan met de onrechtmatige besluiten en daarmee samenhangende handelingen van de Staat. De mogelijk daaruit voortkomende fysieke en mentale functionele beperkingen moeten nauwkeurig worden beschreven. De uitkomsten van de psychiatrische expertises zijn tevens van belang bij het vaststellen van de omvang van de immateriële schade. Aansluitend dient per gezinslid
arbeidsdeskundig onderzoekplaats te vinden. Doel hiervan is om per betrokken gezinslid een beoordeling te maken van het functioneren in privé-, werk- en/of studiesituaties, rekening houdend met de eventueel door de psychiater vastgestelde functionele beperkingen. Indien sprake is van functionele beperkingen, dienen de gevolgen daarvan voor het inkomen en het studie- en carrièreperspectief in kaart te worden gebracht. Hetzelfde geldt voor de impact van deze beperkingen op het sociaal en emotioneel functioneren. Op deze manier kan per persoon een vergelijking worden gemaakt tussen de situatie mét en zonder toeslagenaffaire. Indien sprake is van enige mate van arbeidsongeschiktheid, wensen verzoekers aan de hand van een actuarieel rekenkundige expertise per persoon te laten berekenen wat de omvang is van de geleden en toekomstige inkomensschade, een en ander in aanvulling op de arbeidsdeskundige rapportage, indien en voor zover de arbeidsdeskundige een dergelijke rapportage noodzakelijk acht.
- per meerderjarige: 16 uren voor de psychiater en 3 uren voor de GZ-psycholoog en;
- per minderjarige: 7 uren voor de psychiater en 13 uren voor de klinisch neuropsycholoog.
5.De beslissing
1.DE SITUATIE MET ONRECHTMATIG HANDELEN
Hoe luidt de anamnese? Welke behandelingen heeft onderzochte gehad? Wat was het resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? Wilt u vermelden welke belemmeringen betrokkene ervaart in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), bij het werk, bij werkzaamheden in, aan en om de woning en bij het uitoefenen van hobby’s en bezigheden in de recreatieve sfeer?
2.DE SITUATIE ZONDER ONRECHTMATIG HANDELEN
Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c – 2e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden.
3.OVERIG
a) Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie);
- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen;
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;
acht maandenna het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot één (gezamenlijk) schriftelijk en ondertekend deskundigenrapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie;
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd;
- de deskundige verzoekers in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van hun inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in art. 7:464 lid 2 onder Pro b BW en, indien verzoekers als eerste kennis wensen te nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan verzoekers (eventueel in een gesloten envelop via hun advocaat) moet toesturen en verzoekers daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of zij gebruik willen maken van hun blokkeringsrecht (waarbij verzoekers zich van commentaar op het concept moeten onthouden);
- indien een of meer verzoekers binnen die termijn mededelen gebruik te maken van hun blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden betreffende die perso(o)n(en) onmiddellijk moet staken en dit aan de rechtbank moet mededelen;
- indien verzoekers geen gebruik maken van hun inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden;