Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 8 juli 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat eiser de minister heeft verzocht alsnog binnen twee weken te beslissen, wat niet is gebeurd.
Op 28 juli 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen. Hierdoor is het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk geworden. Het beroep tegen het alsnog genomen besluit is ongegrond omdat eiser geen gronden heeft aangevoerd die het besluit zouden kunnen onderbouwen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep terecht is ingediend en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.