Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12265

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
689519
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.F.R. van Heemstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 1019h Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbetering proceskostenveroordeling in intellectueel eigendomsrechtelijke zaak Volkswagen

Volkswagen heeft de rechtbank verzocht om verbetering van het verstekvonnis van 11 februari 2026, omdat de proceskosten abusievelijk niet waren toegewezen. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een kennelijke fout die eenvoudig kan worden hersteld, aangezien de proceskosten wel degelijk gespecificeerd waren in de dagvaarding.

De rechtbank past bij de verbetering het indicatietarief toe voor intellectuele eigendomszaken, waarbij zij de zaak kwalificeert als een eenvoudige bodemzaak. Gezien het ontbreken van verweer en zitting acht de rechtbank toewijzing van de helft van het maximumtarief van €9.600,- redelijk, zijnde €4.800,-. Dit bedrag wordt verhoogd met griffierecht, dagvaardingskosten en nakosten, wat leidt tot een totaal van €5.812,78.

De eerdere proceskostenbegroting van €1.533,78 wordt daarmee vervangen. De rechtbank beveelt tevens dat deze verbetering wordt opgenomen in de minuut van het oorspronkelijke vonnis en dat de grosse van het vonnis wordt teruggestuurd aan de griffie. Het vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra en op 8 april 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt het verstekvonnis en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van €5.812,78 aan proceskosten aan Volkswagen.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Civiel recht
Zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer: C/09/689519 / HA ZA 25-679
Verbetervonnis van 8 april 2026
in de zaak van
VOLKSWAGEN AKTIENGESELLSCHAFT,
te Wolfsburg (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: Volkswagen,
advocaat: mr. L. Kroon,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Op 10 maart 2026 heeft mr. L. Kroon namens Volkswagen de rechtbank verzocht om verbetering van het op 11 februari 2026 in deze zaak gewezen vonnis. Volkswagen stelt zich op het standpunt dat sprake is van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv Pro [1] die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank heeft abusievelijk niet de opgevoerde proceskosten toegewezen omdat deze niet gespecificeerd zouden zijn, terwijl die kosten in de dagvaarding zijn opgenomen.
1.2.
Nu [gedaagde] niet in het geding is verschenen, zal de rechtbank op het verzoek van Volkswagen beslissen zonder nader bericht aan [gedaagde] .

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 31 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
2.2.
De rechtbank oordeelt dat in het vonnis van 11 februari 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank verwijst in r.o. 2.1. in het Vonnis voor de feiten van dit geding naar de dagvaarding waarvan, volgens de overweging, een gewaarmerkte kopie is gehecht aan het Vonnis. In de aangehechte dagvaarding zijn onder randnummer 6.1 de proceskosten aan de zijde van Volkswagen wel opgegeven en gespecificeerd. De rechtbank zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen als volgt.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
bepaalt dat rechtsoverweging 2.5 tot en met 2.8 van het op 11 februari 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat
“2.5 [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Volkswagen heeft een volledige proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv gevorderd, maar haar kosten niet nader gespecificeerd. De proceskosten worden in een verstekprocedure gelet op de eisen van een goede procesorde slechts overeenkomstig het bepaalde in artikel 1019h Rv begroot, indien zij bij dagvaarding reeds zijn opgegeven en gespecificeerd dan wel, indien zij pas na dagvaarding worden opgegeven en gespecificeerd, aan de niet-verschenen gedaagde(n) kenbaar zijn gemaakt. Aan geen van deze twee alternatieve voorwaarden is voldaan.
2.6
Het voorgaande heeft tot gevolg dat bij de begroting van de proceskosten aansluiting zal worden gezocht bij de liquidatietarieven civiel zoals die gelden voor uitspraken op of na 1 februari 2024. Dit betekent dat aan salaris advocaat een bedrag van € 521,- wordt toegewezen. Dit bedrag wordt verhoogd met het griffierecht van € 714,- en de dagvaardingskosten van € 120,78.
2.7
Onder de proceskosten vallen ook de nakosten. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (per 1 februari 2024: € 178,-). In geval van betekening worden een extra bedrag aan salaris (per 1 februari 2024: € 92,-) en de explootkosten van betekening toegekend.
2.8
De totale door [gedaagde] te betalen proceskosten aan de zijde van Volkswagen worden daarom op dit moment begroot op € 1.533,78.”
wordt gewijzigd in
“2. 5 [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Volkswagen heeft een volledige proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv gevorderd. De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv Pro. Om de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde advocaatkosten te kunnen beoordelen, zal de rechtbank aansluiting zoeken bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt, gelet op het relevante feitencomplex, de grondslag van de vordering en de afwezigheid van (inhoudelijk) verweer, naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie ‘eenvoudige bodemzaak’ met een maximumtarief van € 9.600,- (uitgaande van een zaak op tegenspraak). Nu in deze zaak na de dagvaarding geen conclusie van antwoord is genomen en geen zitting is gehouden, acht de rechtbank toewijzing van de helft van dat maximumtarief, € 4.800,-, redelijk en evenredig.
2.6
Volkswagen heeft haar kosten gespecificeerd op € 7.296,- exclusief verschotten. Nu dit bedrag het toe te wijzen indicatietarief overstijgt, zal aan salaris advocaat een bedrag van € 4.800,- worden toegewezen. Dit bedrag wordt nog verhoogd met het griffierecht van € 714,- en de dagvaardingskosten van € 120,78.
2.7
Onder de proceskosten vallen ook de nakosten. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (per 1 februari 2024: € 178,-). In geval van betekening worden een extra bedrag aan salaris (per 1 februari 2024: € 92,-) en de explootkosten van betekening toegekend.
2.8
De totale door [gedaagde] te betalen proceskosten aan de zijde van Volkswagen worden daarom op dit moment begroot op € 5.812,78.”;
3.2.
bepaalt dat rechtsoverweging 3.6 van het op 11 februari 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat
“3.6 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Volkswagen tot zover aan haar zijde begroot op € 1.533,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;”
Wordt gewijzigd in
“3.6 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Volkswagen tot zover aan haar zijde begroot op € 5.812,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;”
3.3.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 8 april 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 11 februari 2026,
3.4.
verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 11 februari 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.

Voetnoten

1.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.