Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.De feiten
AANKOOPVOORSTEL
[klooster] [adres] bestaande uit:
Rechtbank Den Haag
Het kerkgenootschap Nederlandse Belgische Provincie van het Religieus Instituut van het Gezelschap van het Goddelijk Woord (GGW) vordert betaling van een contractuele boete van €130.000,- van [gedaagde] wegens het niet nakomen van een koopovereenkomst voor een klooster in België. De koop zou plaatsvinden tegen een koopsom van €1.300.000,- met onder meer een voorbehoud van financiering tot 1 december 2024 en een ondertekening van de koopakte op 1 februari 2025.
[gedaagde] kon niet tijdig aan de financiële voorwaarden voldoen en deed een tegenvoorstel voor betaling van een boete, waarop GGW niet reageerde. Er is uiteindelijk geen koopovereenkomst getekend. De advocaat van [gedaagde] heeft zich onttrokken, waarna geen nieuwe advocaat is gesteld.
De rechtbank stelt vast dat de zaak onder Belgisch recht valt en dat de Nederlandse rechter bevoegd is. De rechtbank oordeelt dat geen overeenstemming is bereikt over de contractuele boete, omdat geen koopovereenkomst tot stand is gekomen. Daarom wijst zij de vordering van GGW af en veroordeelt GGW in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot betaling van de contractuele boete af wegens het ontbreken van een koopovereenkomst.