ECLI:NL:RBDHA:2026:12204

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
NL26.5820
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit minister

De eiser heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie, opgelegd bij besluit van 14 januari 2026. Tevens verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het terugkeerbesluit tijdelijk te schorsen.

De rechtbank heeft het hoofdberoep op 15 april 2026 behandeld en uitspraak gedaan onder zaaknummer NL26.5819. Gezien deze uitspraak acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.N. Abdoelkadir in aanwezigheid van griffier F.S. Ulrich en is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit is afgewezen omdat het hoofdberoep reeds is behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.5820

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. E. Kafa),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. I. Vugs).

Procesverloop

Bij besluit van 14 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL26.5819). Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.5819, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van F.S. Ulrich, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.