ECLI:NL:RBDHA:2026:12200
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-opheffing SIS-signalering na terugkeerbesluit ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 december 2025 waarbij aan hem een terugkeerbesluit is opgelegd, en tegen het niet opheffen van de bijbehorende SIS-signalering. De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 behandeld in Rotterdam.
Eiser betoogt dat de SIS-signalering ten onrechte niet is opgeheven omdat hij het Europees grondgebied conform het terugkeerbesluit heeft verlaten. De rechtbank stelt vast dat de SIS-signalering op grond van de Verordening 2018/1860 en de Vreemdelingencirculaire wordt ingevoerd om de naleving van terugkeerbesluiten te controleren en dat deze signalering terecht is opgelegd.
Hoewel eiser stelt dat hij op 13 januari 2026 het Schengengebied heeft verlaten, doet dit niet af aan de rechtmatigheid van de signalering op het moment van het bestreden besluit en de zitting. De gemachtigde van verweerder heeft toegezegd de signalering op te heffen indien het vertrek wordt bevestigd. De rechtbank oordeelt dat het beroep niet slaagt en verklaart het ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet opheffen van de SIS-signalering is ongegrond verklaard.