ECLI:NL:RBDHA:2026:122
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervolgberoep tegen maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 6 januari 2026 uitspraak gedaan in een vervolgberoep van eiser, die in detentie is geplaatst op grond van artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, die een V-nummer heeft, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel van bewaring op 13 augustus 2025 is opgelegd en dat deze nog voortduurt. Eiser heeft verzocht om in persoon te worden gehoord, maar de rechtbank heeft dit verzoek afgewezen, omdat er geen wettelijk recht op een hoorzitting bestaat in vervolgberoep-procedures. De rechtbank heeft geoordeeld dat de rechten van eiser voldoende gewaarborgd zijn zonder een hoorzitting.
De rechtbank heeft de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring beoordeeld en geconcludeerd dat deze in eerdere uitspraken rechtmatig is bevonden. Eiser heeft aangevoerd dat de voortzetting van de bewaring in detentiecentrum Rotterdam leidt tot mensenrechtenschendingen, onder andere door luchtvervuiling. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de luchtkwaliteit in detentiecentrum Rotterdam zo slecht is dat dit een schending van mensenrechten oplevert. Bovendien heeft de rechtbank vastgesteld dat er nog steeds zicht is op afgifte van een laissez-passer door de Algerijnse autoriteiten, ondanks dat eiser niet actief meewerkt aan het onderzoek naar zijn identiteit.
Uiteindelijk heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.M.A. Vinken in aanwezigheid van griffier J.R. Froma en is openbaar gemaakt op 20 januari 2026.