ECLI:NL:RBDHA:2026:12197
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit en asielwens ongegrond verklaard
Eiser heeft tegen het terugkeerbesluit van 1 december 2025 beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Hij betwistte de lichte gronden van het besluit, zoals het ontbreken van een vaste verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan, en gaf aan een asielaanvraag te willen indienen. De rechtbank overwoog dat het terugkeerbesluit conform artikel 62 en Pro 62a van de Vreemdelingenwet is genomen, waarbij geen uitzonderingssituaties waren vastgesteld die het besluit zouden kunnen verhinderen.
De rechtbank benadrukte dat het terugkeerbesluit slechts vaststelt dat het verblijf illegaal is en dat de toetsing van een mogelijk risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer niet aan de orde is bij het terugkeerbesluit zelf, maar bij een asielprocedure. Het indienen van een asielaanvraag leidt niet tot onrechtmatigheid van het terugkeerbesluit, hoewel de rechtsgevolgen van het besluit worden geschorst bij een ingediende asielaanvraag.
Verder wees de rechtbank het verweer van eiser af dat een lichter middel, zoals gecontroleerd vertrek, had moeten worden toegepast. Volgens de wet is het opleggen van een terugkeerbesluit verplicht tenzij uitzonderingen van toepassing zijn, welke niet waren gesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard en het besluit is rechtmatig genomen.