Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12147

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
C/09/682347 / FA RK 25-2188
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251a lid 1 BWArt. 1:253n lid 1 BWArt. 1:253n lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek moeder tot eenhoofdig gezag over minderjarige

De moeder verzocht de rechtbank om haar het eenhoofdig gezag over haar minderjarige kind toe te kennen. De rechtbank nam kennis van de gewijzigde omstandigheden sinds de erkenning, waaronder het langdurig ontbreken van contact tussen de ouders en het kind. Tijdens de zitting bleek echter dat de situatie was verbeterd en de vader weer contact had met het kind en betrokken was in haar leven.

De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt van de wet is dat ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen en dat slechts in uitzonderlijke gevallen het belang van het kind vereist dat één ouder het gezag krijgt. De moeder baseerde haar verzoek vooral op mogelijke toekomstige problemen, maar er was geen bewijs dat de vader het gezag belemmert of dat er actuele problemen zijn.

Gezien de betrokkenheid van de vader en het belang van gezamenlijke besluitvorming, handhaafde de rechtbank het gezamenlijk gezag. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening bepaald. De beschikking werd uitgesproken op 17 april 2026 door de kinderrechter E. Boot.

Uitkomst: Het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag wordt afgewezen en het gezamenlijk gezag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2188
Zaaknummer: C/09/682347
Datum beschikking: 17 april 2026

Gezag

Beschikking op het op 24 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder]

,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Kahya-Ekinci in Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader]

,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

Bij beschikking van 15 mei 2025 van deze rechtbank:
- is de door de vader met ingang van 12 oktober 2023 te betalen alimentatie voor de
[minderjarige] bepaald op € 250,- per maand, aan de moeder te voldoen;
- zijn de verzoeken met betrekking tot het gezag en de proceskosten pro forma aangehouden tot een nog nader te bepalen datum.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;
  • het bericht van 25 maart 2025, met bijlage, namens de moeder;
  • het bericht van 5 mei 2025, met bijlage, namens de moeder.
Op 20 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en tolk A.I. Polac, de vader en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist. Aan de rechtbank ligt nu nog voor het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten.
Gezag
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter
bevoegd om naar het recht van Nederland te beslissen op het verzoek tot eenhoofdig gezag.
Ontvankelijkheid
Volgens artikel 1:253n lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag dat van rechtswege is ontstaan na de erkenning op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Op grond van lid 2 van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a lid 1 BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom worden beëindigd, als: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank is gebleken dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden sinds de erkenning, omdat er langere tijd geen contact tussen de ouders is geweest. De rechtbank zal de moeder daarom ontvangen in haar verzoek.
Het is voor de beoordeling door de rechtbank in deze zaak niet relevant dat de vader zowel voorafgaand aan als tijdens de zitting heeft verklaard dat hij zelf ook wil afzien van het gezag. Het ouderlijk gezag staat namelijk niet ter vrije bepaling van partijen. Enkel als sprake is van één van de gevallen uit artikel 1:251a lid 1 BW kan de rechtbank het gezag beëindigen.
Inhoudelijke beoordeling
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Na de geboorte van [minderjarige] is bij haar slokdarmatresie is vastgesteld. [minderjarige] heeft hierdoor frequent medische zorg nodig. Toen de relatie tussen de ouders eindigde hebben zij geen zorgregeling afgesproken. Sinds november 2024 was er langere tijd nauwelijks tot geen contact tussen [minderjarige] en de vader en tussen de ouders onderling.
Op de zitting is echter gebleken dat sinds het indienen van het verzoekschrift de situatie is veranderd. De ouders hebben weer contact en [minderjarige] is elk weekend bij de vader..
De rechtbank zal het gezamenlijk gezag van de ouders over [minderjarige] in stand laten. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Uitgangspunt van de wetgever is dat ouders gezamenlijk het gezag over hun kind uitoefenen. Slechts in uitzonderingsgevallen mag worden aangenomen dat het belang van een kind vereist dat één van de ouders met het gezag wordt belast. Die uitzonderingsgevallen doen zich hier niet voor. De rechtbank acht het belangrijk dat de vader betrokken is en blijft in het leven van [minderjarige] en dat hij ook mede kan beslissen over belangrijke zaken die haar aangaan. Op dit moment doet hij dat ook. Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat zij voor de inschrijving van [minderjarige] op de opvang de toestemming van de vader heeft gevraagd en dat hij zonder problemen de formulieren daarvoor heeft ondertekend. De moeder baseert haar verzoek nu voornamelijk op het feit dat zij problemen voorziet in de toekomst. Niet is gebleken dat deze problemen zich voordoen of dat de vader gezagsbeslissingen belemmert. Op dit moment ziet de rechtbank geen aanleiding om het gezamenlijk gezag van de ouders over [minderjarige] te wijzigen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw afwijzen.
Proceskosten
Aangezien het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

BeslissingDe rechtbank:

wijst af het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag te belasten over de [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats];
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 april 2026.