De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader tot wijziging van de zorgregeling voor zijn minderjarige kinderen. Eerder was gezamenlijk gezag vastgesteld en een voorlopige zorgregeling getroffen, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek en advies uitbracht.
De Raad bracht ernstige zorgen naar voren over het functioneren van de ouders en de impact daarvan op de kinderen, met name over het geestelijk welzijn van de vader en vermoedelijk fysiek geweld. De Raad adviseerde begeleide overdrachtsmomenten en begeleid contact tussen vader en kinderen, waarbij Jeugdbescherming West mandaat krijgt om maatwerk te leveren.
De kinderen zijn onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming West tot 7 juli 2026. De vader heeft tot op heden geen persoonlijk contact met de jeugdbeschermer gehad, waardoor contactherstel nog niet mogelijk was. De rechtbank bepaalt dat het contact begeleid en onder regie van Jeugdbescherming West hersteld moet worden, mits de vader contact opneemt en afspraken nakomt.
Verder worden beslissingen over zorgregeling, vakanties en informatie- en consultatieregeling aangehouden tot 15 juli 2026. Indien verlenging van de ondertoezichtstelling wordt verzocht, worden alle verzoeken gecombineerd behandeld. Zo niet, dan wordt een verslag over het contactverloop gevraagd.